Drankkegelbode

Gerechtsbode

Foto: Candice Storm

De bel gaat, ik vraag via de intercom wie daar is?
‘Gerechtsbode, heb ’n stuk waarvoor getekend mot worde,’ hoor ik iemand mompelen.
Ik loop de trappen af, en bedenk me dat we dan toch bij de rechter op het matje moet komen…
Voor de deur staat een man die ik herken als een alcoholist die vaak dronken in het Oosterpark rondhangt. Hoe kan deze man in godsnaam bode bij de rechtbank zijn?
De man kijkt me schaapachtig aan: ‘Ben u de heer Langeveld?’ Een flinke damp alcohol lift vrolijk met zijn vraag mee.
‘Ja.’
‘En is u voornaam Méland?’
Ik knik instemmend, en ben verbaasd dat hij m’n voornaam juist uitspreekt. Daar wordt in de regel nogal wat mee gehaspeld.
‘Heb ’n gerechtelijk bevel van de rechtbank. Zet u hier naam en handtekening.’ Hij wijst op een vel vol met letters, dat ligt te trillen in zijn hand.
Ik vertrouw dit zaakje toch niet helemaal, want wat moet die zuiplap met mijn gegevens… Maar kennelijk ziet hij mijn vertwijfeling.
‘Ja normaal heb ik ’n uniform an, ’t is me vandaag effe te warm,’ lacht-ie wat dommig.
Ik teken daar waar hij wijst, en zeg tegen hem: ‘Krijg ik dan nu die brief.’ Het komt er nogal dwingend uit, want ik weet me god niet waar ik mijn handtekening onder heb gezet. Zonder een leesbril ben ik een analfabeet in geletterd landschap.
‘Ja, mot ’t toch effe afscheuren,’ antwoordt hij kregelig.
Er wordt tegenwoordig toch ook maar wat uit de kast gerukt en in een baan geplugd.

Bovengekomen scheur ik de enveloppe open. Het is zo’n zelfde enveloppe –alleen een paar maten groter – als waar je je pincode van de bankpas per post meekrijgt: zo quasi geheim, om je het gevoel te geven dat deze brief werkelijk niet te kraken valt.
Het betreft een ‘oproeping verdachte na ingesteld verzet’, zoals het onderwerp in het briefhoofd vermeldt. Ik voel me bij het woord ‘verdachte’ direct al een halve crimineel…
‘Aan u is het navolgende ten laste gelegd: hij, op of omstreeks 9 april 2016, te Amsterdam, als eigenaar of houder van een hond, welke zich bevond op en/of in de omgeving van de Andreas Bonnstraat, althans op en/of aan een weg, niet aan zijn verplichting heeft voldaan ervoor te zorgen dat die hond was aangelijnd.’
We moeten dan eindelijk samen voor de rechter verschijnen, ruim twee jaar nadat we een bekeuring kregen van onze stalker: een doorgewinterde, uitermate fanatieke gemeentelijke handhaver van het type dat onder een fout regime, zonder enige scrupules je beul wordt.
De lange, magere man – stijfjes en strak in het uniform – liep ons bijna een jaar te stalken met maar één doel: ons op heterdaad betrappen. Onlangs zei een van mijn hondenvriendinnen nog het volgende over hem: ‘Is het je weleens opgevallen dat die lange net iets korter is dan jou; dat moet ongetwijfeld z’n frustratie zijn, en de reden dat-ie je op de bon heeft geslingerd!’
Maar Roos en ik gaan naar de rechter, en Roos zal de rechter laten zien dat ze keurig onder appèl aan voet met haar baas – als een volwassen meid – kan lopen, en dat we daarmee een geestelijke lijn met elkaar hebben, en daarmee ‘aangelijnd’ door het leven gaan. Want deze poppenkastvoorstelling willen we beiden niet missen…

Voor het vervolg klik hier.

Verschenen in Metro, 8 juni 2015.

3 gedachtes over “Drankkegelbode

  1. Pingback: Zuipende gerechtsbode (het vervolg) | Méland Langeveld

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s