De MKZ-gekte

Onlangs wandelde ik door het bos bij Lage Vuursche, en stuitte op een provisorisch, aan een boom gehangen, bordje waarop in viltstift stond: geen doorgang vanwege MKZ*; erachter een rood/wit gespannen lint. Ik ging ervan uit dat ze daarmee het recht voor me gelegen gebied bedoelden, want daar lagen boerderijen. Ik sloeg daarentegen linksaf en vervolgde m’n route.
Enkele minuten later reed een groene landrover me achterop. Een man van mid-
delbare leeftijd, gestoken in een groen pak stapte uit.
‘Goeiemiddag, u bent in overtreding. U bevindt zich op verboden terrein.’
Ik glimlachte en zei dat ik me van geen kwaad bewust was. Immers waar waren hier, midden in het bos, de boerenbedrijven?
‘U heeft dat bordje toch gezien en de afrastering waar u onderdoor bent gelopen?’
‘U bedoelt dat plastic schrootje, met viltstift beschreven?’
‘Ja meneer,’ antwoordde hij geïrriteerd. ‘We kunnen hier geen officiële bordjes gaan ophangen, dat duurt weken eer die gedrukt zijn. Dan hopen we toch van het besmet-
tingsgevaar af te zijn. Ik ga u verbaliseren.’ De man deed me denken aan mijn vroege-
re hopman bij de verkennerij. Dat was een man van de letter. Uitzonderingen beston-
den domweg niet. De strenge voorschriften van Baden Powell stonden bij hem hoog in het vaandel. Regels waren bij hem met geen breekijzer te kraken.
‘Ik kan u voor vijfduizend gulden bekeuren wegens overtreding van de MKZ-
verordening.’
‘Dat lijkt me wat erg veel, vindt u zelf ook niet?’
‘Als u zo doorgaat dan schrijf ik hem voor u uit. Ik heb daar geen enkele moeite mee.’
Ik noem het maar de onmacht van de geüniformeerden die, als altijd, rap toeslaat. Ik moest op mijn tellen letten. Hoe vaak had ik bij de scouting voor straf de hudo vol stront moeten legen? Te vaak in mijn herinnering. ‘Ik moet dus weer terug,’ vroeg ik, terwijl ik naar zijn auto keek waar zijn vrouw recht voor zich uit naar buiten staarde en geen aandacht aan ons schonk.
‘Eerst krijgt u van mij een proces-verbaal voor het niet aan de lijn hebben van uw hond.’
Nu was opeens mijn hond de hoofdschuldige. ‘Ik heb geen bordjes met hond aan de lijn gezien.’
Hij keek me kwaad aan. Even dacht ik dat hij toch nog voor de vijfduizend ging. Hij pakte zijn boekje uit de borstzak en vroeg naar mijn achternaam.
‘Jansen,’ stotterde ik.
‘Met één of twee essen?’
‘Eén.’ Ik was wat overdonderd omdat ik vaker voor een loslopende hond ben aan-
gehouden, maar er nooit voor op de bon was geslingerd. Met zo’n clichénaam op de proppen komen: kostelijk doorzichtig! Daar moest hij toch niet intrappen maar hij trapte als een konijn in mijn stropersklem. Serieus noteerde hij de valse gegevens in zijn agenda. Merkwaardig. Kreeg ik straks geen officieel verbaal in mijn hand gedrukt? Volgens mij speelden we samen een spelletje. Hij kon geen bekeuring uitschrijven omdat hij geen dienst had, of wellicht sterker: hij was daarvoor niet bevoegd; en ik leidde hem met verzonnen gegevens om te tuin. Hij controleerde de gegevens niet. Dat gaat er bij het Amsterdamse Gemeentelijk Vervoerbedrijf professioneler aan toe: daar rijd ik als een uit de hand gelopen hobby zwart, en daar moet je dan goed beslagen het ijs betreden.
Ik vroeg hoeveel het me ging kosten? Daarmee toonde ik belangstelling voor zijn te vergeefse moeite.
‘Zestig gulden.’
‘Dat klinkt beter dan vijfduizend. Bedankt,’ zei ik en glimlachte.
Enkele dagen later las ik in de krant dat iemand die voor een overtreding van de MKZ-verordening verbaliseerd was, een boswachter fysiek had aangevallen. De MKZ-gekte slaat flink toe!

MKZ = Mond-en-klauwzeer.