De uil zat in de olmen

Wilhelminaboom

De koningin Wilhelminaboom (er is enige twijfel of dit de iep uit 1898 is). Deze gladde iep ziet er overigens behoorlijk knoestig uit. Foto: Méland Langeveld

In de rubriek Vaste bewoners plaats ik oude, markante bomen op de voor-
grond. Wij zijn slechts passanten van het park, de bomen zijn de vaste bewoners.

Ditmaal de zogenoemde koningin Wilhelminaboom, een gladde iep.
De boom is op 31 augustus 1898 door schoolkinderen uit de buurt geplant. Wilhelmina werd toen achttien, en daarmee officieel tot koningin gekroond. Toen Willem III in november 1890 overleed was Wilhelmina nog maar een meisje van tien. Tot haar achttiende nam haar moeder Emma als regentes het koningschap waar.
Het is niet helemaal duidelijk of de boom die er nu nog staat de Wilhelminaboom uit 1898 is? Op de oude foto lijkt de boom iets dichter aan de waterkant te staan, maar dat kan vertekening of een verandering van de vijveroever zijn. Ook is niet duidelijk waarom het hekwerk eromheen is weggehaald?

oude-wilhelmiaboom

Op het hekwerk de tekst: Koningin Wilhelminaboom 31 augustus 1898. De schoolkinderen uit deze buurt. Foto: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam

Gesneuveld
Nog geen twee maanden nadat ik de Wilhelminaboom in deze rubriek beschreef, is ze op 28 oktober 2013 tijdens een hevige storm als een twijgentak geknakt. Onder luid gekraak en een fikse klap waar zelfs de grond van trilde, is de 115-jarige iep ten onder gegaan. Daarbij nam ze in haar val nog een zijtak van een andere iep mee. Bij nadere inspectie bleek de Wilhelminaboom behoorlijk verrot te zijn en hol van binnen. De boom is sinds jaar en dag een onderkomen voor konijnen geweest. Van bovenaf kijkend door de holle stam waren de konijnengangen goed te zien.

Omgevallen-Wilhelminaboom

‘Iep en Wilhelmina herenigd…’ Foto: Merel Notten

Iepenziekte
De oudste benaming van iepen is olmen. Het zijn tot veertig meter hoge loofbomen met een brede gewelfde kroon, en ze kunnen wel vierhonderd jaar worden. De iep is altijd al een stadsboom geweest, en in Amsterdam staan er heel veel.
Sinds 1919 is het met de iepen slecht gesteld. De spintkever heeft een ware slachting aangericht onder het iepenbestand. In de loop der tijd is er een stof ontwikkeld waarmee men de iepen kan inenten tegen de zogenoemde Iepenziekte. Maar door bezuinigingen is dit vaak nagelaten waardoor er toch veel iepen sneuvelden. Tegenwoordig plant men nauwelijks meer iepen.

De uil zat in de olmen
Het is de boom waar de uil uit het liedje in zit. Uilen kunnen de olmen (iepen) gebruiken als oriëntatie- en uitkijkpunt, maar de laatste jaren gebruiken kauwen, kraaien en halsbandparkieten iepen vaak als gemeenschappelijke slaapbomen. In de nazomer en de herfst vliegen tegen de avond grote groepen naar de bomen om er te overnachten. Dit zie je momenteel ook in het Oosterpark.
Iepen zijn inheems in Europa. De Romeinen plantten in wijnbouwgebieden iepen als ondersteuning voor de druivenstruiken. In de Romeinse dichtkunst is sprake van het huwelijk tussen iep en druivenstruik: als de één sterft, sterft de ander van verdriet. Iepen kwamen vroeger in grote bossen in Europa voor. Daarvan is niets meer terug te vinden omdat de vruchtbare grond, waar iepen het liefst op groeien, intussen door de landbouw is opgeëist.
Er zijn ongeveer 45 soorten iepen maar van nature komen in Europa drie iepen-
soorten voor: de gladde iep, de ruwe iep en de fladderiep.

Tot slot het prachtige gedicht ‘Trees’ van de Amerikaanse dichter Joyce Kilmer (1886-1918).

TREES

I THINK that I shall never see
A poem lovely as a tree.
A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;
A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;
A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;
Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain.
Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.

Uit: Trees and Other Poems. New York, George H. Doran Company, 1914.