Vleugelnoot uit de Kaukasus

Vleugelnoot-vertaktIn de rubriek Vaste bewoners plaats ik oude, markante bomen op de voorgrond. Wij zijn slechts passanten van het park, de bomen zijn de vaste bewoners.

Ditmaal de Kaukasische vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia). De boom komt van nature voor in de berg-
bossen van de Kaukasus, Armenië en in de hoog-
gebergte van Noord-Iran.
De representanten van het boomgeslacht Pterocarya hebben hun beste tijd achter de rug.
In de prehistorie kwamen ze veel voor op het noordelijk halfrond. Momenteel zijn er nog maar acht soorten van dit geslacht over.
In West-Europa staat hij er als sierboom, en is het de meest aangeplante boom uit de okkernootfamilie. Andere vleugelnootsoorten zijn niet winterhard genoeg. De vleu-
gelnoot is hier in de achttiende eeuw voor het eerst geplant. Het is bij uitstek een boom voor parken en grote grasvelden. In het Oosterpark staan ze op diverse plekken.

De Kaukasische vleugelnoot is een bladverliezende loofboom, familie van de wal-
noot, en kan twintig tot vijfentwintig meter hoog worden. De boom heeft een dichte, meestal koepelvormige kroon. Door het weinige licht dat hij doorlaat, groeit er weinig onder de boom. De vleugelnoot kan uitermate veel worteluitlopers ontwikkelen. Wanneer deze niet worden weggehaald, zal er algauw een bosje vleugelnoten staan. En dat is wat er in het Oosterpark ook is gebeurd. De vleugelnoten hebben hier bijzondere vertakkingen.
Vleugelnoot-voorjaar
Het is een sierlijke boom met forse bladeren waaraan tros-
sen nootvruchten hangen. Zijn naam heeft de vleugel-
noot te danken aan de twee vleugels waartussen de vrucht zit.
In de herfst verkleurt de boom mooi geel en vallen de knoppen op, waar de nog onontwikkelde bladeren en bloemen door zichtbaar zijn. In de winter zijn de dikke takken en de gegroefde stam opvallend.
In mei bloeit de boom met kleine citroengeel gekleurde bloemen. De bloemen hangen door de hele boom in trossen als katjes verspreid. Daarna zwellen de trossen op, de vruchten worden zichtbaar en krijgen vleugels rondom de noten. De vleugels zijn bijna even lang als breed en soms wel een centimeter dik. Bij storm waait de gevleugelde noot van de tros af, of de tros waait in z’n geheel van de boom.

De Kaukasische vleugelnoot is in de meubelmakerij gewild om het bijzonder soort fineerhout. Het is fijn gestructureerd en getekend, zodat er fraaie vormen van gemaakt kunnen worden.

Holle-vleugelnoot

Deze vleugelnoot is hol vanbinnen, en heeft een flinke omvang

Tot slot een herfstgedicht van M. Vasalis (1909-1998):

Oktober

Teder en jong, als werd het voorjaar
maar lichter nog, want zonder vruchtbegin,
met dunne mist tussen de gele blaren
zet stil het herfstgetijde in.
Ik voel alleen dat ik bemin,
zoals een kind, iets jongs, iets oud,
einde of begin? Iets zo vertrouwds
en zo van alle strijd ontheven
niet als einde van het leven,
maar als een lente van de dood.
De kruinen ijl, de stammen bloot
en dit door stilte en mist omgeven.

M. Vasalis
uit: De vogel Phoenix, 1947.

De uil zat in de olmen

Wilhelminaboom

De koningin Wilhelminaboom (er is enige twijfel of dit de iep uit 1898 is). Deze gladde iep ziet er overigens behoorlijk knoestig uit. Foto: Méland Langeveld

In de rubriek Vaste bewoners plaats ik oude, markante bomen op de voor-
grond. Wij zijn slechts passanten van het park, de bomen zijn de vaste bewoners.

Ditmaal de zogenoemde koningin Wilhelminaboom, een gladde iep.
De boom is op 31 augustus 1898 door schoolkinderen uit de buurt geplant. Wilhelmina werd toen achttien, en daarmee officieel tot koningin gekroond. Toen Willem III in november 1890 overleed was Wilhelmina nog maar een meisje van tien. Tot haar achttiende nam haar moeder Emma als regentes het koningschap waar.
Het is niet helemaal duidelijk of de boom die er nu nog staat de Wilhelminaboom uit 1898 is? Op de oude foto lijkt de boom iets dichter aan de waterkant te staan, maar dat kan vertekening of een verandering van de vijveroever zijn. Ook is niet duidelijk waarom het hekwerk eromheen is weggehaald?

oude-wilhelmiaboom

Op het hekwerk de tekst: Koningin Wilhelminaboom 31 augustus 1898. De schoolkinderen uit deze buurt. Foto: Beeldbank, Stadsarchief Amsterdam

Gesneuveld
Nog geen twee maanden nadat ik de Wilhelminaboom in deze rubriek beschreef, is ze op 28 oktober 2013 tijdens een hevige storm als een twijgentak geknakt. Onder luid gekraak en een fikse klap waar zelfs de grond van trilde, is de 115-jarige iep ten onder gegaan. Daarbij nam ze in haar val nog een zijtak van een andere iep mee. Bij nadere inspectie bleek de Wilhelminaboom behoorlijk verrot te zijn en hol van binnen. De boom is sinds jaar en dag een onderkomen voor konijnen geweest. Van bovenaf kijkend door de holle stam waren de konijnengangen goed te zien.

Omgevallen-Wilhelminaboom

‘Iep en Wilhelmina herenigd…’ Foto: Merel Notten

Iepenziekte
De oudste benaming van iepen is olmen. Het zijn tot veertig meter hoge loofbomen met een brede gewelfde kroon, en ze kunnen wel vierhonderd jaar worden. De iep is altijd al een stadsboom geweest, en in Amsterdam staan er heel veel.
Sinds 1919 is het met de iepen slecht gesteld. De spintkever heeft een ware slachting aangericht onder het iepenbestand. In de loop der tijd is er een stof ontwikkeld waarmee men de iepen kan inenten tegen de zogenoemde Iepenziekte. Maar door bezuinigingen is dit vaak nagelaten waardoor er toch veel iepen sneuvelden. Tegenwoordig plant men nauwelijks meer iepen.

De uil zat in de olmen
Het is de boom waar de uil uit het liedje in zit. Uilen kunnen de olmen (iepen) gebruiken als oriëntatie- en uitkijkpunt, maar de laatste jaren gebruiken kauwen, kraaien en halsbandparkieten iepen vaak als gemeenschappelijke slaapbomen. In de nazomer en de herfst vliegen tegen de avond grote groepen naar de bomen om er te overnachten. Dit zie je momenteel ook in het Oosterpark.
Iepen zijn inheems in Europa. De Romeinen plantten in wijnbouwgebieden iepen als ondersteuning voor de druivenstruiken. In de Romeinse dichtkunst is sprake van het huwelijk tussen iep en druivenstruik: als de één sterft, sterft de ander van verdriet. Iepen kwamen vroeger in grote bossen in Europa voor. Daarvan is niets meer terug te vinden omdat de vruchtbare grond, waar iepen het liefst op groeien, intussen door de landbouw is opgeëist.
Er zijn ongeveer 45 soorten iepen maar van nature komen in Europa drie iepen-
soorten voor: de gladde iep, de ruwe iep en de fladderiep.

Tot slot het prachtige gedicht ‘Trees’ van de Amerikaanse dichter Joyce Kilmer (1886-1918).

TREES

I THINK that I shall never see
A poem lovely as a tree.
A tree whose hungry mouth is prest
Against the earth’s sweet flowing breast;
A tree that looks at God all day,
And lifts her leafy arms to pray;
A tree that may in Summer wear
A nest of robins in her hair;
Upon whose bosom snow has lain;
Who intimately lives with rain.
Poems are made by fools like me,
But only God can make a tree.

Uit: Trees and Other Poems. New York, George H. Doran Company, 1914.

Plataangigant

plattangigant

Maar liefst zes meter in omvang.

In de rubriek Vaste bewoners plaats ik oude, markante bomen op de voorgrond. Wij zijn slechts passan-
ten van het park, de bomen zijn de vaste bewoners.
Er staan enkele zeer bijzondere, oude bomen die er al zijn vanaf de aanleg van het park in 1891.

Monumentale plataan
Ditmaal de omvangrijke plataan, die aan de oostkant van het park, pal naast het hek van de Linnaeusstraat staat. In het park staan er meer met bijna dezelfde omvang, maar deze reus is de winnaar.
Platanen behoren tot een van de dikste bomen, die er in Amsterdam staan. Je kunt er met drie mensen omheen gaan staan, de armen gestrekt en dan ben je er nog niet. Deze gigant is maar liefst zes meter in omvang.
Hij staat bij de Nederlandse Bomenstichting in het Landelijk Register van Monumen-
tale Bomen, en is daarmee van nationaal belang. In het park is hij een van de oudste bomen, geplant bij de aanleg in 1891.

Echte bikkel
Het zijn niet alleen reuzen omdat ze zo groot zijn, maar ze zijn ook taai met een enorm uithoudingsvermogen. Een stadsboom hier op deze plek aan de Linnaeus-
straat heeft nogal wat te verstouwen van het constante verkeer, de trillingen en de vervuilde lucht. Maar de plataan kan overal tegen: luchtvervuiling, beschadigingen van de stam, weinig wortelruimte, flink snoeien. Het is wat dat betreft een échte bikkel. Vandaar dat hij ook zo geliefd is in de grote steden.
Even als de Hollandse iep en de Japanse notenboom, die ook in het Oosterpark staan – over deze bomen in latere afleveringen van Vaste bewoners meer – kan de plataan goed tegen dit soort ruige stadsomstandigheden.

plataankleiner

Het ietwat kleinere broertje even verderop

Kruising met Oost en West
De gewone plataan is in 1670 in de Oxford Botanic Gardens gekweekt. De gewone plataan is ontstaan door de kruising van een oosterse plataan – die rond het Middellandse Zeegebied voorkomt – en een westerse plataan uit Noord-Amerika. De oudste nog levende exemplaren staan op Berkeley Square in Londen, die stammen uit 1789. De gewone plataan kwam in de loop van de negentiende eeuw naar Nederland, en ze verschenen sindsdien steeds vaker in het stadsbeeld.
De plataan heeft een koepel-
vormige kroon met grote, gespreide takken aan een lange stam. De boomschors is glad, dun en grijsbruin. Bij het afschilferen ontstaan groenachtige of gele vlekken op de stam. Daaraan valt de plataan makkelijk te herkennen.
plataan

Halsbandparkieten
Enkele jaren geleden sliepen er gigantisch veel groene halsband-
parkieten in de plataan. Ze zijn een keer geteld, en het waren er rond de 1700 die er hun slaapplaats dagelijks zochten. En als ze er alleen maar sliepen dan was het niet zo’n probleem. Maar ze vraten voor het slapengaan nogal wat bladeren op. De kruin was op een gegeven moment volledig kaal. Het Stadsdeel was bang dat de oude plataan dit niet al te lang zou overleven, en samen met de GGD kwamen ze met het plan om de halsbandparkieten te verjagen met het reflecteren van roofvogel-
geluiden. Dit was al eerder met succes ingezet bij een groep van duizenden spreeuwen en jawel de spreeuwen kozen het hazenpad. Uiteindelijk was het bij de plataan niet meer nodig: de halsbandparkieten hadden enkele andere bomen als slaapplaats uitgekozen, meer in het midden van het park. En de kruin is nu weer bijna vol in het blad.

Verliefd op een plataan
De dichter Leo Mesman heeft een prachtig gedicht geschreven over een plataan.

Verliefd
Ik ben verliefd op een plataan.
Hij woont niet ver bij mij vandaan.
Het is een schoonheid van een boom.
Zo om te zien, gewoon een droom.
Zijn imposante groene kruin
leidt je aanvallig om de tuin.
Hij is veel ouder dan hij lijkt
als je zijn bast eens goed bekijkt.
In wintertijd oogt hij het meest
een grimmig, prehistorisch beest
of een verdoolde olifant
gekreukeld als een oude krant.
Als in het voorjaar groeit en bloeit
wat u en mij altijd weer boeit
staat hij er kaal en somber bij
die oude, taaie boom van mij.
Ik glimlach, want ik weet vooruit:
straks lopen ook zijn bladeren uit
en zal hij weer eens laten zien
waarom ik hem te minnen dien.

© Leo Mesman