Monument Slavernijverleden

Sculpturen

Zielenknijpers In de reeks Sculpturen van Oost het Nationaal Monument Slavernijverleden van de Surinaamse beeldend kunstenaar Erwin de Vries. Het monument staat sinds 2002 in het Oosterpark, en bestaat uit drie delen.

De drie delen verbeelden het verleden: de slavernij, het heden: het doorbreken van de muur van weerstand, en de toekomst: de drang naar vrijheid en een betere toekomst. Erwin de Vries, in 1929 in Paramaribo geboren, volgde zijn opleiding in Nederland. Na zijn studie MO-tekenen aan de Academie in Den Haag studeerde hij beeldhouwen bij onder andere Piet Esser aan de Rijksacademie in Den Haag. Ook was Erwin in de leer bij Ossip Zadkine. In 1952 ging hij weer terug naar Suriname, en was daar tot 1958 kunstdocent. Maar hij wilde toch liever kunstenaar zijn, en besloot terug te gaan naar Nederland waar hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam ging studeren. Erwin de Vries is vooral bekend door zijn portretten van bekende Nederlanders waaronder Joop den Uyl, Simon Carmiggelt, Ivo Opstelten en vele anderen, en zijn ontwerp voor het Monument Slavernijverleden. Afschaffing slavernij Elk jaar op 1 juli herdenken we dat in Nederland op 1 juli 1863 de slavernij wettelijk is afgeschaft. Maar pas 139 jaar na de afschaffing werd op 1 juli 2002 het Nationaal Monument Slavernijverleden, door toenmalig minister van Boxtel en in aanwezigheid van koningin Beatrix én premier Wim Kok, onthuld. De onthulling zorgde voor grote opschudding, want het speelde zich achter gesloten en geblinddoekte hekken af. Honderden Surinamers wilden aanwezig zijn bij de onthulling van ‘hun’ monument, maar de politie hield hen tegen. Uiteindelijk breekt de menigte door, en slaat de politie erop in. Luid gejoel en emotionele taferelen, en de woede tekent de gezichten… Niet bepaalt het toonbeeld van politiek correct optreden. Citaat uit een interview met De Vries ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in 2009: ‘De opdracht was om het verleden van de slavernij en het heden en de toekomst te behandelen. Van het verleden heb ik een geketende slavengroep gemaakt, van het heden een slaaf die vrijkomt en het grote ding is de toekomst: de vrijheid in het geloof dat we ooit helemaal vrij zullen komen van discriminatie.’ Vraag van de interviewer: ‘Had het beeld in het Oosterpark eigenlijk niet groter moeten zijn?’ ‘Ja, dat vind ik ook. Het had ook een mooiere plek kunnen krijgen. Het is nu een beetje in een hoekje gedouwd. Er zijn in het park van die mooie stukken waar het veel sterker zou werken, maar dat hebben ze me niet gegund. Ik neem ze dat niet kwalijk, want mensen moeten eraan wennen dat een zwarte man plotseling geweldige dingen doet. Vroeger dacht ik daar nooit aan, maar nu als oude man terugkijkend, denk ik: wat jij gepresteerd heb is niet mals.’ (citaat uit NRC Handelsblad, 7 november 2009) Spreekverbod Eind juni 2002 loop ik langs het zojuist geplaatste immens grote Monument. Werkmensen zijn nog druk in de weer. Uit volle borst zingen enkele vrouwen een religieus lied in het Sranan. Zwarte vrouwen, in kleurrijk uitgedoste gewaden, met lappen stof om hun hoofden geknoopt. Ze wijden het Monument Slavernijverleden in. Werklieden gaan stug door met het verankeren van de in brons gegoten slaven. Uit de emmer die naast de ‘bevrijde’ vrouwenfiguur staat, haalt een van hen een bos pioenrozen. Ze doopt de bloemen in het water, sprenkelt het uit tegen de benen van de bronzen vrouw en zegent haar met woorden. Een van de vrouwen vertelt me later dat het monument een begin is, en ze hoopt dat het hier niet eindigt. ‘Want wij zwarten hebben de woorden over de slavernij ingeslikt, omdat het spreken erover door de witte man verboden was en dat is zo gebleven. Die woorden moeten er nu uit, want de toekomst stoelt op het verleden; het zwijgen heeft lang genoeg geduurd.’ (in juni 2002 door mij opgetekend, niet eerder gepubliceerd)

Verschenen in 'Dwars door de Buurt', nummer 176, 19 december 2014
 en Oost-online.