Spelende kinderen

Sculpturen

spelende-kinderen
In de serie Sculpturen van Oost ‘Spelende kinderen’ van Gerda Rubinstein. Het beeld staat sinds 1957 in het Oosterpark.

Het beeld, in brons uitgevoerd, is een tijdlang aan een andere kunstenares toegeschreven geweest. Het plaquette vermeldt dan: ‘Spelende kinderen’ door Kattinka van Rood-Limpers, 1957. (Kattinka met dubbel-t nog wel, terwijl het Katinka moet zijn).
Maar in 2010 staat er ineens Gerda Rubinstein. Hoe kon dit gebeuren?
Een speurtocht levert het volgende op: zowel op de pagina van Katinka op Wikipedia, als in het overzicht van de kunstwerken in de openbare ruimte in Oost, als in de Beeldbank van het Stadsarchief, staat aangegeven dat Katinka van Rood-Limpers de maker is van ‘Spelende kinderen’. Maar in het augustus-nummer van Ons Amsterdam uit 1971, met een overzicht van kunstwerken in de stad, staat als maker mej. G. Rubinstein.

Waar ging het mis?
Gerda woont al meer dan vijftig jaar in Engeland, en aan de telefoon legt ze aan Parool-journalist Paul Arnoldussen uit hoe dit zit: ‘Er was de laatste jaren al iets merkwaardigs aan de hand. Bekenden van me schreven dat ze dat beeld van me in het Oosterpark niet konden vinden. Toen ik in 2008 in Amsterdam was, ben ik eens gaan kijken. Het stond er nog prima bij, maar het verbaasde me wel dat het nu aan iemand anders was toegeschreven.’ (Paul Arnoldussen in Het Parool, 13 september 2010).
Pas in 2010 schakelt Gerda een aangetrouwd familielid in. Met krantenknipsels uit 1957 en 1959 laat hij bij Stadsdeel Oost zien dat het beeld toch écht van Rubinstein is. Aanvankelijk is er een plaquette met de juiste naam, dat verdwijnt en bij het maken van een nieuw bordje zijn ze in hun zoektocht waarschijnlijk bij de naam van Van Rood-Limpers blijven steken, want die staat dan op diverse websites foutief vermeld.

Gerda Rubinstein, geboren in 1931, is de twee jaar jongere zus van schrijfster Renate. Tot haar twaalfde trekt Gerda voornamelijk met haar tweelingbroer Jan op, daarna meer met haar zus Renate. In 1957 vertrekt Gerda naar Londen. In de jaren ervoor woont ze enkele jaren samen met Renate op de Oudezijds Achterburgwal waar ze haar atelier heeft.
In Engeland is Gerda Rubinstein veel bekender geworden met haar werk dan in Nederland. Haar eerste tentoonstelling in Nederland is pas in 1986: Haar zus Renate opent deze met een speech waarin ze terugkijkt: ‘Met haar beelden ben ik opgegroeid, niet uit eigen keuze (…) maar omdat we nu eenmaal zusters zijn. Het was allemaal zo gewóón. Pas een jaar of tien geleden kwam de gedachte bij mij op: Gerda is misschien helemaal niet zo gewoon, ze is eigenlijk verdomd goed. Andere mensen hadden me dat al eerder gezegd maar met complimenten aan je familie is het net zo als met complimenten aan jezelf, je waardeert de vriendelijkheid, maar je neemt ze niet au sérieux.’ (uit: Rondom MS van de stichting MS Research, 2005).

Gerda studeert bij Wessel Couzijn, en in 1952-’53 bij Ossip Zadkine in Parijs. Daar vertelt ze jaren later nog een mooi verhaal over aan het Algemeen Dagblad: ‘Hij (Zadkine) vroeg een keer een leerlinge of ze wist hoe ze pannenkoeken moest bakken. Voortvarend begon ze de ingrediënten op te sommen. Zadkine reageerde heel cynisch dat ze haar energie beter kon steken in die pannenkoeken dan in de kunst.’ (Bron: Paul Arnoldussen).

Het volgende gedicht is van mijn hand, ik schreef het onlangs, en het heeft het beeld als uitgangspunt:

Vertraagde wind

Ik ben het kind aan
 de rug van moeder
 mijn armpjes hangen
 om haar nek

haar jurkje en paardenstaart
 wapperen in de vertraagde
 wind, het laat ons
 zweven boven zee

maar dan is ze gevallen, haar
 rollator ligt zijdelings
 in de berm

haar jurkje omhoog
 gekropen, ik hijs haar op
 zet haar achter de rollator

kon ik maar domweg dat kind
 hangend aan haar rug zijn.
Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, nummer 188, 16 september 2016,
en Oost-online.

scaled-image