Publicatie van ‘Reçu 5813’


Stichting Literaire Activiteiten Avier publiceerde m’n gedicht Reçu 5813 als weekgedicht op hun website.

Reçu 5813

Vader droeg z’n colbert
als wonend in z’n eigen huis,
nu draag ik vaders realiteit

tast in de gaten van z’n zakken
die overeenkomen met
hiaten in z’n geheugen

van een vader die
de weg kwijt was,
– z’n colbert weifelend droeg –

die moest verkassen naar een
bewaakte plek tussen vier muren
waar hij schreeuwend wakker lag

in de voering een nooit
opgehaalde broek bij de
stomerij: reçu 5813

een zilveren rijksdaalder
relikwie van een
verloren jeugd

ik hang het colbert
in de kast, sluit
het voorgoed af

als de dekplaat
van z’n graf.

Link naar de website van SLA | Avier.

De kunst van het doodgaan

Sculpturen

In de reeks Sculpturen van Oost ditmaal ‘Gedichten op gevels’ met een gedicht van Rutger Kopland. En wel met de vierde strofe uit het gedicht De kunst van het doodgaan, dat op het raam van Theater Veder in de Derde Oosterparkstraat 88 staat.

er is wel eens zo’n avond dat over het gras
in de tuin het mooiste licht strijkt
dat er is: laat laag licht
en dat ik denk: dit was het dus
en het komt nooit meer terug –
maar wat geeft het

Het volledige gedicht waar deze strofe uitkomt, is deze:

De kunst van het doodgaan

Als het zover is – zal ik dan eindelijk
weten wat dat is, doodgaan
jezelf verlaten en weten
dat je nooit terugkeert

soms wanneer ik het koraal hoor
Nu komm’ der Heiden Heiland
doorstroomt mij een vermoeden van
onontkoombaar verlies –
maar wat geeft het

bij het zien van een uitzicht over bergen
een verte die verdwijnt in zichzelf
kan ik worden bevangen door een huiver
voor de eenzaamheid die mij wacht –
maar wat geeft het

er is wel eens zo’n avond dat over het gras
in de tuin het mooiste licht strijkt
dat er is: laat laag licht
en dat ik denk: dit was het dus
en het komt nooit meer terug –
maar wat geeft het

ik hoop dat dit het is want ik ben bang
dat het anders zal zijn.

Uit: ‘Een man in de tuin’. Van Oorschot, 2004.

Voorstellingen en scholing
Theater Veder in de Derde Oosterparkstraat is een trainingscentrum en adviesbureau op het gebied van communiceren met kwetsbare doelgroepen, zoals mensen met dementie, een verstandelijke beperking, een psychische aandoening en ADHD en/of autisme. Theater Veder speelt en traint in zorginstellingen en organisaties door heel Nederland. Zij draagt de ‘Veder Methode’ uit en verspreidt deze om een bijdrage te leveren aan het doorbreken van sociaal isolement. Tijdens de interactieve voorstellingen wordt de doelgroep uitgedaagd tot het maken van wederzijds contact. Dit leidt tot mooie en bijzondere contactmomenten. Naast huiskamervoorstellingen biedt Veder ook voorstellingen op maat en theatervoorstellingen.
Daarnaast verzorgt Theater Veder trainingen en coaching-sessies aan medewerkers in de zorg, mantelzorgers en vrijwilligers. Zij leren de ‘Veder Methode’ toe te passen in de dagelijkse praktijk. Daardoor verbetert het contact met degenen voor wie zij zorgen en neemt het werkplezier toe. Dit leidt uiteindelijk tot een kostenbesparing voor de organisatie.

Bespiegelingen over vergankelijkheid
Rutger Kopland (1934-2012), het pseudoniem van Rutger Hendrik (Rudi) van den Hoofdakker (Hoofd > Kop, akker > land) was hoogleraar psychiatrie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als psychiater was hij een autoriteit op het gebied van depressiebestrijding door lichttherapie en slaapverschuiving.
Kopland is lange tijd een van de populairste dichters van Nederland. Hij debuteert in 1966 met de bundel ‘Onder het vee’. Meer dan tien bundels volgen, alsook diverse bundelingen aan essays.
Hij wist heel veel lezers aan zich te binden door zijn persoonlijke en intieme toon. In een onnadrukkelijke, observerende stijl met veel aandacht voor het gewone woord, belicht zijn poëzie algemeen-menselijke thema’s. Veel van zijn gedichten beschrijven een (bijvoorbeeld door een landschap opgeroepen) gestold moment, een kortstondige impressie, die aanleiding vormt tot een bespiegeling over vergankelijkheid, het voorbijgaan van het moment of het scheppingsproces van de dichter. Voor veel lezers en critici weet hij toegankelijkheid, relativering en diepgang te combineren.

En wie kent niet dit beroemde gedicht:

Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

Uit: ‘Alles op de fiets’. Van Oorschot, 1970.

Verschenen in Dwars door de Buurt, nummer 199, 30 maart 2018
en Oost-online.

‘Eenling’ krijgt meer diepgang

Danseres Dipa de Ridder-Flohr brengt een nieuwe laag aan in het gedicht ‘Eenling’. Het gedicht krijgt een tweede laag doordat het gedanst wordt.

Méland: ‘Het opgroeiende en tot bloei komende meisje heb ik niet in dit gedicht verwerkt.’

Dipa: ‘Ik had met de dans maken ook alleen die bloem in mijn hoofd die daar zo mooi stond en bewogen werd, maar blijkbaar geeft het beeld van iemand die de bloem verbeeldt weer andere beelden.’

Interpretatie van de redactie van ‘Poëzie verrijkt het leven’: ‘Dit boeiende gedicht kent twee lagen. Oppervlakkig beschouwd gaat dit gedicht over een bloempje dat groeit en bloeit op de stoep van de Weesperstraat, een van de drukste verkeersaders van Amsterdam.

De beelden suggereren echter dat het gedicht ook gaat over een meisje dat opgroeit en tot bloei komt in de grote stad. Althans, dat is wat de redactie denkt, want het gedicht biedt voldoende ruimte voor andere interpretaties.’

Broos

Dipa de Ridder-Flohr danst ‘Broos’ een gedicht uit Zijwaarts springen.
Tijdens het Open Podium Centrale OBA, Amsterdam, op 24 februari 2018.
Registratie: Jan ter Heide.

Broos

Vandaag oogt ze
sterflijker dan ooit
zittend op haar rollator
in het kind verdwaald
hangen haar fragiele voetjes
net niet tot aan de grond

vandaag drapeert
verwarring haar geheugen
haar wandelkaart sluit
niet langer aan
op de paden die
ze zichzelf toevertrouwde

vandaag voert de nacht
haar naar de overkant
diepgevroren wolken
sluieren de maan
zoet kijkt ze me
nog even aan.

Gesneuveld

Dipa de Ridder-Flohr danst ‘Gesneuveld’ een gedicht uit Zijwaarts springen.
Tijdens het Open Podium Centrale OBA, Amsterdam, op 24 februari 2018.
Registratie: Jan ter Heide.

Gesneuveld

Gevallen bladeren
dolen
op de maalstroom mee
totdat de wind ze
onverwacht
in tegengestelde richting ordent

sommige karig
en bekommerd
andere onschuldig groen
als verse bladspinazie
zich welhaast onaangetast
door het leven heen gevreten

in dit kille water
wachten ze alle hun lot af
met de bodem als voorland
waar ze tevergeefs wegteren
aan ieders oog
onttrokken.

Eenling

Dipa de Ridder-Flohr danst ‘Eenling’ een gedicht uit Zijwaarts springen.
Tijdens het Open Podium Centrale OBA, Amsterdam, op 24 februari 2018.
Registratie: Jan ter Heide.

Eenling

Fier rechtop
staat ze
tussen stoeptegels
in haar eentje

telkens zwiepend
van elke auto
die haar voorbijraast
op de vluchtheuvel
van de Weesperstraat

als een harlekijn
waaraan het kind
– tot vervelens toe –
aan de touwtjes trekt
wappert ze monter
heen en weer

’t armoedige buurtje
waarin ze opgroeit
deert haar niet

parmantig pronkt ze
met d’r goudgele kelkbladeren
tussen het jachtig verkeer.

Eenling

Dipa de Ridder-Flohr danst Eenling, een gedicht uit ‘Zijwaarts springen’.
Eén van de drie gedichten die ze danste bij de opening op 4 november 2017 van mijn solo-expositie ‘Ramen vol poëzie’ in de openbare bibliotheek, Linnaeusstraat in Amsterdam.
Registratie: Floris de Ridder.

Eenling

Fier rechtop
staat ze
tussen stoeptegels
in haar eentje

telkens zwiepend
van elke auto
die haar voorbijraast
op de vluchtheuvel
van de Weesperstraat

als een harlekijn
waaraan het kind
– tot vervelens toe –
aan de touwtjes trekt
wappert ze monter
heen en weer

’t armoedige buurtje
waarin ze opgroeit
deert haar niet

parmantig pronkt ze
met d’r goudgele kelkbladeren
tussen het jachtig verkeer.

Broos

Dipa de Ridder-Flohr danst Broos, een gedicht uit ‘Zijwaarts springen’.
Eén van de drie gedichten die ze danste bij de opening op 4 november 2017 van mijn solo-expositie ‘Ramen vol poëzie’ in de openbare bibliotheek, Linnaeusstraat in Amsterdam.
Registratie: Floris de Ridder.

Broos

Vandaag oogt ze
sterflijker dan ooit
zittend op haar rollator
in het kind verdwaald
hangen haar fragiele voetjes
net niet tot aan de grond

vandaag drapeert
verwarring haar geheugen
haar wandelkaart sluit
niet langer aan
op de paden die
ze zichzelf toevertrouwde

vandaag voert de nacht
haar naar de overkant
diepgevroren wolken
sluieren de maan
zoet kijkt ze me
nog even aan.

Gesneuveld

Dipa de Ridder-Flohr danst Gesneuveld, een gedicht uit ‘Zijwaarts springen’.
Eén van de drie gedichten die ze danste bij de opening op 4 november 2017 van mijn solo-expositie ‘Ramen vol poëzie’ in de Openbare Bibliotheek, Linnaeusstraat in Amsterdam.
Registratie: Floris de Ridder.

Gesneuveld

Gevallen bladeren
dolen
op de maalstroom mee
totdat de wind ze
onverwacht
in tegengestelde richting ordent

sommige karig
en bekommerd
andere onschuldig groen
als verse bladspinazie
zich welhaast onaangetast
door het leven heen gevreten

in dit kille water
wachten ze alle hun lot af
met de bodem als voorland
waar ze tevergeefs wegteren
aan ieders oog
onttrokken.

Vrede

Sculpturen


In de reeks Sculpturen van Oost ‘Vrede’ van beeldhouwer Hans Reicher. Het beeld staat in het plantsoen aan de Radioweg in de Watergraafsmeer. Het beeld is van brons, en is daar in 1962 geplaatst.

Hans Reicher vervaardigt het beeld ‘Vrede’ niet als een oorlogsmonument, maar het verwijst wel naar de Tweede Wereldoorlog die toen nog niet zo lang geleden had plaatsgevonden. De duif die de vrouw laat wegvliegen symboliseert de bevrijding en de vrede. De vrouw is naakt vrouw, ze zit geknield en geeft de vogel de vrijheid. Begin jaren zestig, in de tijd van plaatsing, is het tamelijk ongewoon een dergelijk realistisch naakt midden in een woonwijk neer te zetten, en het heeft dan ook in de buurt nogal wat protest opgeleverd. Overigens wel tamelijk ludiek van aard.

Wit geschilderde beha
Vrede of niet, zoveel naaktheid is voor velen iets teveel van het goede. Twee keer per jaar krijgt het beeld dan ook een wit geschilderde beha aangemeten. Dat is jaarlijks met luilak, de zaterdag voor Pinksteren, en in de nacht van oud-op-nieuw. Het is een soort collectief ervaren preutsheid die een uitweg vindt in een beschaafde vorm van anoniem vandalisme. Niemand stoort zich eraan. Na een paar dagen poetst iemand de beha gewoon weer weg.
De bronzen naakte vrouw is in die tijd zo’n prominent object in de buurt, dat de aanduiding ‘het beeld’ volstaat, en daarmee wist iedereen om welk beeld het ging.

Hans Reicher (1895-1963), geboren in Berlijn, volgt een opleiding aan de Hochschule für Bildende Künste in Berlijn. In zijn jonge jaren komt hij naar Nederland, waar hij zich eerst in Den Haag vestigt. In 1937 vertrekt hij naar Amsterdam, waar hij docent wordt aan de Hendrick de Keyzerschool.
Na de Tweede Wereldoorlog vervaardigt hij onder andere enkele oorlogsmonumenten. Zijn beeldhouwwerken blijven tot aan zijn dood figuratief. ‘Vrede’ is zijn laatste beeldhouwwerk.

Het volgende gedicht is van mijn hand, ik schreef het onlangs, en het heeft het beeld ‘Vrede’ als uitgangspunt:

Zweem licht

Fluisterzacht in
de zonloze dag
laat de wind
bladeren dwarrelen

het is de herfst
in de bomen
van haar dromen
die haar laat stromen

vrij vrij vrij
wil ze zijn,
naakt reikend met
haar handen werpt

ze een duif
in de lucht,
zweem licht
rekt zich ver

voor de vogel uit,
het is de wind die
haar doet glijden

haar voorgoed de
vrijheid geeft.

© Méland Langeveld
Verschenen in Dwars door de Buurt, nummer 197, 15 december 2017
en Oost-online.