‘Handen’

Sculpturen

HandenIn de serie Sculpturen van Oost ‘Handen’ van beeldhouwer Willem Reijers. De ‘Handen’ zijn in brons gegoten, en ze hangen aan de voorgevel van het Cygnus Gymnasium aan de Wibautstraat.

Het zijn handen in allerlei standen die – hooggelegen – als het ware uit de betonnen muur van het schoolgebouw schieten. Het ontwerp van ‘Handen’ is uit 1956,
en de sculptuur is gegoten voor de toenmalige Eerste Christelijke Technische School Patrimonium school aan de Wibautstraat. Maar in 1958 overlijdt Reijers, en tot grote ergernis van zijn erfgenamen is er met zijn ‘Handen’ na zijn dood nogal wat afgesjouwd. Zo hangt het geruime tijd aan de gevel van een andere school in West. Na een hoop gesoebat spannen de erven van Reijers een rechtszaak aan. In 1972 beslist de rechter dat er een wanprestatie tegenover de beeldhouwer en zijn artistieke bedoelingen is geleverd. ‘Handen’ moet alsnog de school aan de Wibautstraat sieren. Maar het duurt nog tot 1978 voordat het daar aan de voorgevel hangt.

Het schoolgebouw is uit de tijd van het Nieuwe Bouwen. Er zijn opvallende overeenkomsten met een wooncomplex van de befaamde Franse architect Le Corbusier in Marseille. Het gebouw is als rijksmonument aangewezen, en het staat op de lijst van topmonumenten uit de wederopbouwperiode. Om zijn vorm staat het ook bekend onder de naam ‘Het Schip’.

Vernieuwer
Willem Reijers (1910-1958) volgt onderwijs aan de Grosvenor School of Modern Art in Londen (1931-1934) en gaat daarna naar Parijs, waar hij in de leer is bij de schilder Fernand Léger. In 1939 werkt hij tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in het atelier van de beeldhouwer Ossip Zadkine. Naast beeldhouwer is hij kunstschilder en illustrator. Reijers wordt beschouwd als een van de vernieuwende beeldhouwers van vlak na de oorlog. Maar hij is slechts tien jaar als beeldhouwer actief.
Ooit heeft hij de stelling geponeerd: ‘Een beeldhouwer maakt zijn beste werk wanneer hij de vijftig is gepasseerd.’ Hij is slechts 48 jaar geworden. In de tien jaar als beeldhouwer heeft hij een klein oeuvre van experimenteel werk nagelaten.
In 2004 verschijnt er een monografie over hem:
‘ (…) dat een beeld geeft van het werk van deze vernieuwer van de Nederlandse beeldhouwkunst in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw. Ondanks de lessen die hij in de jaren dertig in Parijs volgde bij de schilder Fernand Léger en bij beeldhouwer Ossip Zadkine, is Reijers als autodidact te beschouwen.
Zijn eclectische half-abstracte plastieken reflecteren met hun vitaliteit en originaliteit Reijers’ persoonlijkheid. De kunstenaar maakte naam met onconventionele, soms bijna speelse beelden als Verkeerswezen op de Groninger Emmabrug, Monument voor een fusillade in Zijpersluis en zijn ontwerpen voor het Koopvaardijmonument in Rotterdam. Tot zijn vroege dood in 1958 bleef hij verrassen.’

Reijers was bevriend met de dichter Lucebert, die over zijn overleden vriend het volgende gedicht schreef:

In memoriam Willem Reijers

er is geen beeld van de dood er is alleen
het levendige beeld van de opgeheven hand
die een glas bier omvat of een rug van klei
of de hamer die korte metten moet maken
met de overtollige ruimte. er is
binnen mijn warm vel de wereld fel
waarin het altijd goed was stevig te staan
snel te gaan over de snelweg
stevig te staan tussen voortrazende vluchtige vormen
snel te grijpen naar een stevig lichaam dat zowel
in je geest als in je handen thuishoort

in elk nieuw geschapen beeld
standbeeld of denkbeeld
moest zijn de thuiskomst met mij
om al de overgangen en bochten met levensgevaar genomen
en die dan zei met mij: – hier ben ik
er is geen ander beeld van de dood
dan een levend beeld –

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, nummer 180, 26 juni 2015
en Oost-online.

Monument Slavernijverleden

Sculpturen

Zielenknijpers In de reeks Sculpturen van Oost het Nationaal Monument Slavernijverleden van de Surinaamse beeldend kunstenaar Erwin de Vries. Het monument staat sinds 2002 in het Oosterpark, en bestaat uit drie delen.

De drie delen verbeelden het verleden: de slavernij, het heden: het doorbreken van de muur van weerstand, en de toekomst: de drang naar vrijheid en een betere toekomst. Erwin de Vries, in 1929 in Paramaribo geboren, volgde zijn opleiding in Nederland. Na zijn studie MO-tekenen aan de Academie in Den Haag studeerde hij beeldhouwen bij onder andere Piet Esser aan de Rijksacademie in Den Haag. Ook was Erwin in de leer bij Ossip Zadkine. In 1952 ging hij weer terug naar Suriname, en was daar tot 1958 kunstdocent. Maar hij wilde toch liever kunstenaar zijn, en besloot terug te gaan naar Nederland waar hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam ging studeren. Erwin de Vries is vooral bekend door zijn portretten van bekende Nederlanders waaronder Joop den Uyl, Simon Carmiggelt, Ivo Opstelten en vele anderen, en zijn ontwerp voor het Monument Slavernijverleden. Afschaffing slavernij Elk jaar op 1 juli herdenken we dat in Nederland op 1 juli 1863 de slavernij wettelijk is afgeschaft. Maar pas 139 jaar na de afschaffing werd op 1 juli 2002 het Nationaal Monument Slavernijverleden, door toenmalig minister van Boxtel en in aanwezigheid van koningin Beatrix én premier Wim Kok, onthuld. De onthulling zorgde voor grote opschudding, want het speelde zich achter gesloten en geblinddoekte hekken af. Honderden Surinamers wilden aanwezig zijn bij de onthulling van ‘hun’ monument, maar de politie hield hen tegen. Uiteindelijk breekt de menigte door, en slaat de politie erop in. Luid gejoel en emotionele taferelen, en de woede tekent de gezichten… Niet bepaalt het toonbeeld van politiek correct optreden. Citaat uit een interview met De Vries ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag in 2009: ‘De opdracht was om het verleden van de slavernij en het heden en de toekomst te behandelen. Van het verleden heb ik een geketende slavengroep gemaakt, van het heden een slaaf die vrijkomt en het grote ding is de toekomst: de vrijheid in het geloof dat we ooit helemaal vrij zullen komen van discriminatie.’ Vraag van de interviewer: ‘Had het beeld in het Oosterpark eigenlijk niet groter moeten zijn?’ ‘Ja, dat vind ik ook. Het had ook een mooiere plek kunnen krijgen. Het is nu een beetje in een hoekje gedouwd. Er zijn in het park van die mooie stukken waar het veel sterker zou werken, maar dat hebben ze me niet gegund. Ik neem ze dat niet kwalijk, want mensen moeten eraan wennen dat een zwarte man plotseling geweldige dingen doet. Vroeger dacht ik daar nooit aan, maar nu als oude man terugkijkend, denk ik: wat jij gepresteerd heb is niet mals.’ (citaat uit NRC Handelsblad, 7 november 2009) Spreekverbod Eind juni 2002 loop ik langs het zojuist geplaatste immens grote Monument. Werkmensen zijn nog druk in de weer. Uit volle borst zingen enkele vrouwen een religieus lied in het Sranan. Zwarte vrouwen, in kleurrijk uitgedoste gewaden, met lappen stof om hun hoofden geknoopt. Ze wijden het Monument Slavernijverleden in. Werklieden gaan stug door met het verankeren van de in brons gegoten slaven. Uit de emmer die naast de ‘bevrijde’ vrouwenfiguur staat, haalt een van hen een bos pioenrozen. Ze doopt de bloemen in het water, sprenkelt het uit tegen de benen van de bronzen vrouw en zegent haar met woorden. Een van de vrouwen vertelt me later dat het monument een begin is, en ze hoopt dat het hier niet eindigt. ‘Want wij zwarten hebben de woorden over de slavernij ingeslikt, omdat het spreken erover door de witte man verboden was en dat is zo gebleven. Die woorden moeten er nu uit, want de toekomst stoelt op het verleden; het zwijgen heeft lang genoeg geduurd.’ (in juni 2002 door mij opgetekend, niet eerder gepubliceerd)

Verschenen in 'Dwars door de Buurt', nummer 176, 19 december 2014
 en Oost-online.