Monument voor De Tachtigers

Sculpturen

Een nieuwe rubriek Sculpturen van Oost waarin ik kunstobjecten op de voorgrond ga zetten. Meestal loop je langs kunstobjecten – en je loopt er vaak langs als ze bij je in de buurt staan – zonder maar iets van de achtergrond te weten. Althans zo overkomt het mij.

Zelf kom ik al jaren dagelijks in het Oosterpark zonder echt naar de sculpturen om te kijken. Vreemd eigenlijk, want wanneer ik met vakantie ben bezoek ik musea, beel-
dentuinen, en lees ik aandachtig de teksten die bij kunstwerken hangen. Maar in mijn ‘voortuin’ loop ik er stoïcijns aan voorbij.

Het kunstobject van de foto is van schrijver, beeldhouwer en schilder Jan Wolkers (1925-2007). Wolkers gaf het als naam ‘Monument voor De Tachtigers’ en het staat tussen het riet aan de oever van de grote vijver. Dikwijls zit er een meeuw op, of heel soms een reiger. Het monument is een hommage aan De Tachtigers. Deze groep schrijvers en schilders kwam rond 1880 bijeen in het huis van schilder, fotograaf Willem Witsen aan de Oosterpark 82 (het Witsen-
huis). De Tachtigers golden als vernieuwers van de kunst en waren de oprichters van het literaire tijdschrift De Nieuwe Gids. Het was een groep jonge kunstenaars met verregaande invloed in de kunst.
De sculptuur van Wolkers bestaat uit twee roestvrijstalen punten, het verbeeldt een golf en een vlam. Het is er in december 1992 geplaatst.
Wolkers liet zich bij het ontwerp inspireren door een gedicht dat Hendrik Marsman schreef bij de dood van Herman Gorter (1864-1927), een van de belangrijkste dichters van De Tachtigers.

‘Hij was van vuur.
een golf, een vlam,
een stroomend stuk natuur,
blinkend als water in den zomerdag.
nooit, sinds ik hem zag,
zag ik nog een man
wiens wezen zoo bezielend overkwam
tot in zijn blik, zijn praten en zijn gang.
een rechte beuk, ook toen zijn einde kwam.
de bliksem sloeg
en van de bergen dreunde het naar zee,
met echo’s naar de sterren en de sneeuw
en door de bloemen drong het in den grond:
– ‘hij, die voor jaren in ons midden stond
en afscheid nam om in de taal
der menschen, juichend en kermend,
niets dan het verhaal
te zingen van het geluk,
hij keert terug,
hij is al doorgedrongen
in aarde’s moederschoot
en blinkend in zijn oorsprong
opgenomen, en door zijn dood
gezuiverd van de pijn
dichter te zijn
in een verschroeiden tijd.
hij, die vol hartstocht
langs de aarde dwaalde,
de schoonheid zocht en zong
onder de blauwe tenten van den zomer
en bij het gouden vuur des winters,
hij kwam terug,
hij is weer element onder de elementen
een golf, een vlam, een stroomend stuk natuur.’

H. Marsman, Verzamelde gedichten. Uitgeverij Em. Querido, Amsterdam 1941.

Een werkelijk prachtig gedicht van Marsman – ik was tijdens mijn studie Nederlandse Letterkunde niet zo geboeid door De Tachtigers, vond ze als jongeling nogal bejaard.
Mijn eerste roman die ik op de middelbare school las, was toevalligerwijs van Wolkers, niet Turks fruit dat iedereen las, maar Een roos van vlees. Wat ik me ervan herinner, is een nest met muizen in een zakdoek met gestold bloed. Iets andere kost dan waar Gorter en de zijnen over schreven. Wanneer ik nu Een roos van vlees herlees, blijkt de thematiek schuldgevoelens te zijn om de dood van het dochtertje van de hoofdpersoon. Dat kan ik er dan weer niet van herinneren van toen: hoe wonderbaarlijk het geheugen.
Maar wanneer ik nu bij dat verchroomde monument van Wolkers sta – met die meeuw uitkijkend over het klotsende water, en met een frisse ochtendbries in mijn rug – kijk ik toch anders naar het leven: een golf, een vlam, een stromend stuk natuur…

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, nummer 173, 20 juni 2014, en Oost-online.