IJzeren totempaal

Sculpturen


In de reeks Sculpturen van Oost ‘Het Westen ontvangt, en ontmoet ’t Oosten’, een ijzeren totempaal met chakra’s van beeldend kunstenaar Theo Niermeijer. Het staat in het Oosterpark, en is daar in 1970 geplaatst.

Volgens de kunstenaar zijn het ‘symbolische voorstellingen van menselijke energiecentra’. De ronde figuren (chakra’s) die in deze totempaal zijn afgebeeld, komen uit de Oosterse filosofie (chakra betekent cirkel, wiel).
Theo Niermeijer reist in zijn jonge jaren door India, Tibet en China en raakt onder de indruk van het Zenboeddhisme. Die invloed is in zijn beeldend werk terug te vinden. Hij verdiept zich in de ceremoniën van het Zenboeddhisme, het aanroepen van de goden. ‘Het is een soort bezwering, een exorcisme, het afroepen van bescherming,’ aldus de kunstenaar, die in die periode enorme ‘blow-ups’ van tantra’s en mandala’s maakt. ‘Mijn beelden vormen een antigif tegen alle ellende die van buitenaf je (binnenste) leven verziekt. Ze dienen als middel tot meditatie.’
Niermeijer laat zich in zijn beeldend werk vaak door het spirituele inspireren.
De totempaal ‘Het Westen ontvangt, en ontmoet ’t Oosten’ behoort tot zijn vroegere werk. Het zijn totempalen, opgebouwd uit liggende ovalen, met maan- en zonnetekens, spiralen, harten en maskerachtige gezichten. Het latere werk bestaat uit abstractere beelden.

De ijzeren dichter
Theo Niermeijer (1940-2005) volgde diverse kunstenaarsopleidingen in Amsterdam, Antwerpen en Warschau. Hij was in die tijd een daadkrachtig man en een verwoed reiziger.
Zijn vrienden noemden hem ‘de ijzeren dichter’. Een van zijn ateliers bevond zich op Zeeburg. Een enorme lap grond met loodsen, woonwagens, sloopauto’s en oude vrachtwagens. Honderden van zijn sculpturen stonden er tussen wrakken en brandnetels, geleund tegen bomen en muren.
Als je als beeldhouwer door je vrienden ‘de ijzeren dichter’ wordt genoemd dan moet je toch wel iets bijzonders hebben. Die titel kreeg hij van zijn vriend, de dichter Simon Vinkenoog. Zelf noemde hij zich liever ‘de dichter van het schroot’. Die omschrijving van zichzelf was goed gekozen, want hij werkte met afvalmateriaal dat hij vond op scheepswerven, bouwplaatsen en sloperijen waar hij de overblijfselen van de metaal-snijmachines verzamelde.
Vinkenoog had in 1962 al een rake typering van de toen net beginnende Niermeijer: ‘Zijn ontluikende metalen bloemen dragen al bij voorbaat de doem van nooit-ontluiken; zijn fantastische meteorieten komen van geen enkele aarde; zijn opgezette insecten zijn nooit geclassificeerd en gecatalogiseerd; en zijn ijzeren muren en gordijnen monden uit in geen enkele politiek.’

Ode aan het leven
Het werk van Niermeijer laat zich niet eenvoudig voor je winnen. Als je echter de tijd neemt, ga je het lyrische in zijn werk zien. Het afvalmateriaal dat hij gebruikte, verwerkte hij vrijwel zoals hij het had gevonden. Het zijn verwrongen stukken metaal, zaag resten, oude onderdelen, soms met de verfresten er nog aan. Daar maakte hij beelden mee. Soms door er alleen een voetstuk onder te lassen. Zijn werk lijkt daardoor bijna als vanzelf te zijn ontstaan. De kunstenaar wilde vooral het materiaal laten spreken en het op die manier weer teruggeven aan de schepping.
Niermeijer werkte in het wilde weg, toevallig en willekeurig, zonder vast rijm en metrum. Hij had een relatie met de gedachtewereld van het Zenboeddhisme, in die zin dat je wordt geholpen door een ‘onzichtbare hand die het denken stopt en die je helpt scheppen uit de oneindige zee van creatieve mogelijkheden. Het is absoluut noodzakelijk dat je veel werkt, liefst iedere dag om die stroom aan de gang te houden en om je ogen en handen te sturen’ aldus Niermeijer.
Theo Niermeijer gaat de geschiedenis niet in als een grote, vernieuwende beeldhouwer, maar hij heeft zijn leven wel geleefd en met zichtbaar plezier, dat is wat zijn sculpturen uitstralen: een lichtvoetige ode aan het leven.

Het volgende gedicht is van mijn hand, ik schreef het onlangs nadat ik in het donker langs het kunstwerk liep:

NACHTELIJK TREFFEN

Bevallig, en rond
blikt ze me zonder
blozen aan

zachtjes ademt ze
haar licht in mijn gezicht
overrompelt me naakt

mijn schaduw overmeestert
de nacht, rekt zich
uit in volle lengte

fraai, en rond
blikt ze me vol
emotie aan

wijst me de weg
die ik heb te gaan

welgevormd
is de maan

zo intens
blikt ze

me aan.
Verschenen in Dwars door de Buurt, nummer 192, 31 maart 2017
en Oost-online.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s