‘Flowers’

Sculpturen

In de reeks Sculpturen van Oost het kunstwerk ‘Flowers’ van Karel Appel.
Het staat op het Oosterspoorplein, bij het Muiderpoortstation,
en is daar op 5 september 2002 onthuld.flowers-karel-appel-001

Karel Appel vervaardigde ‘Flowers’ al in 1991. Het beeld is gegoten in brons, maar oorspronkelijk gemaakt van oude houten balken en ronde ploegmessen. Het is anderhalf meter hoog, twee meter breed en het staat op een ronde sokkel van donkergrijs graniet.
‘Flowers’ heeft nogal wat omzwervingen gemaakt voordat het op het Oosterspoor-
plein aankwam. Het stond eerst op exposities onder andere in Den Haag bij het paleis aan de Lange Voorhout (1993), in Gailole (Italië) en Villa Medici in Rome. Vanaf 1999 tot begin 2002 heeft ‘Flowers’ in de openbare ruimte bij de Universiteit van Florence gestaan.
Karel Appel is in 2002 tevreden over de plek waar zijn ‘Flowers’ uiteindelijk staan, in de buurt waar hij als kleine jongen opgroeide.
Appel construeerde ‘Flowers’ in Toscane waar hij een landgoed had. Hij verbleef daar ’s zomers, en maakte er diverse beelden van gevonden voorwerpen. Zo maakte hij ‘Flowers’ van ronde ploegmessen die hij in een schuur vond bij zijn buurman, kunst-
verzamelaar en wijnboer. Voordat Appel het in brons goot, tooide hij enkele oude houten balken met metalen ‘bloembladeren’.

Bloem geplukt
In 2011 is de staande bloem ‘geplukt’. Het gehavende kunstwerk is toen door het Stadsdeel weggehaald en opgeslagen; de sokkel bleef leeg achter. De familie van Karel Appel had de mal niet meer, maar gelukkig bestaat er van het beeld een andere gieting met de titel ‘Madeliefjes’. Na veel over en weer gesteggel heeft een Italiaanse bronsgieter uiteindelijk de staande bloem gekopieerd. De gerestaureerde ‘Flowers’ kwam onlangs terug op z’n oude stek, en werd opnieuw onthuld.

Geboren in de Dapperstraat
Karel Appel kwam in 1921 ter wereld op de Dapperstraat nummer 7.
Vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog stuurde zijn vader hem het huis uit omdat hij wilde gaan schilderen – wat niet de wens van zijn vader was die hem in zijn kapperszaak goed kon gebruiken. Appel meldde zich in 1940 aan bij de Rijks-
academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, waar hij de latere bekende kunstenaars Constant en Corneille ontmoette. Dat leidde in 1948 tot de oprichting van de Nederlandse Experimentele Groep en later van CoBrA – genoemd naar de steden Copenhagen, Brussel en Amsterdam. CoBrA vernieuwde de schilderkunst drastisch.

Beetje aanrotzooien
Karel Appel schilderde en beeldhouwde tegen de verdrukking in en begon te experimenteren met collages van gevonden voorwerpen. Zijn uitspraken in de pers riepen bij het brave publiek in de jaren vijftig nogal wat weerstand op: ‘Ik rotzooi maar een beetje aan. Ik leg het er tegenwoordig flink dik op, ik smijt de verf er met kwasten en plamuurmessen en blote handen tegenaan, ik gooi d’r soms hele potten tegelijk op,’ zei hij ooit in een interview met weekblad Vrij Nederland.
Hij ontwikkelde vanuit het zogenoemde primivistisch expressionisme van CoBrA een vorm van ‘action painting’ met figuratieve elementen. Zijn bekendheid groeide tot ver over de landsgrenzen.

Ellende van de wereld
In de loop van jaren zestig veranderde het karakter van zijn werk: hij schilderde volledig abstract of juist uitgesproken figuratief. Hij bracht de kleuren fel, dun en gelijkmatig in vlakken op. Behalve schilderijen, gouaches en litho’s maakte Appel in die jaren enorme, felgekleurde beelden en reliëfs van hout, aluminium en polyester die mensen of dieren voorstelden.Appel

Appel bleef tot ver na zijn tachtigste actief. ‘Des te ouder ik word, des te sneller vernieuw ik. Ik leef met elan en enthousiasme, dat zie je aan de kleur,’ zei hij in een interview. Hij voegde er echter aan toe dat alle ellende van de wereld ook haar weerslag vond in zijn werk.

Hij overleed in Zwitserland in 2006 en werd in Parijs op Cimetière du Père-Lachaise begraven.

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, nummer 177, 13 februari 2015 en Oost-online.