Voor spek en bonen

Onalledaags

Verkeersregelaar
Even verderop is het fietspad opgebroken. Twee wat oudere mannen in oranje en geel met grijs gestreepte werkvesten wijzen de nietsvermoedende fietsers op het ongemak. Op de achterzijde van hun reflecterende vesten staat in koeienletters: VERKEERSREGELAAR. Ze proberen de mensen naar het aan de overkant van de drukke weg gelegen fietspad te krijgen, maar de meesten volgen hun aanwijzingen niet op. Ze rijden over de trambaan of het trottoir. De mannen staan er voor spek en bonen bij. Twee dagen later staan ze er niet meer. Zouden ze bij hun superieuren hebben geklaagd over het geringe gezag dat ze daar op dat kruispunt uitstralen?
In de Verenigde Staten gaat het er heel anders aan toe… Ruim een halfjaar woonde ik in West-Hollywood, Los Angeles, en daar staan VERKEERSREGELAARS op de parkeerplaatsen van de winkelcentra met een fluitje de klant aanwijzingen te geven. En die worden strikt opgevolgd. Uniformen stralen daar nog steeds gezag uit. Anderen staan je boodschappen in te pakken in de supermarkt. Om daarna, als je erom vraagt, de boodschappen naar je auto te sjouwen. Het zijn daar banen. De klant is er koning.

Een andere baan trof ik alweer een tijdje geleden aan in het Oosterpark, waar ik dagelijks mijn hond, Roos, uitlaat. Vijf, in groen gestoken, mannen lopen gebogen voorover, alsof ze stelselmatig zoeken naar bewijsmateriaal inzake een misdrijf. In hun handen dragen ze speciaal gereedschap. Nieuwsgierig naar hun serieuze werk struin ik samen met Roos op hen af. En wat schetst mijn verbazing: de mannen verzamelen hondendrollen…
Ik groet de mannen, en hoop dat Roos niet haar drol pontificaal voor hun neus zal droppen. Vriendelijk beantwoorden ze mijn groet. Even later komt er een man met een herdershond aan. Zijn hond doet wat Roos gelukkig niet presteert en draait op geen steenworp afstand van de mannen een flinke bolus.
‘Wil u asjeblief die drol van uw hond opruimen,’ roept een van hen naar de schuldige hondenbezitter.
De man kijkt hen onderzoekend aan en tikt met zijn vinger naar het hoofd. ‘Ben je belazerd, dat doe ik nooit. Ik betaal trouw m’n hondenbelasting.’
‘Maar meneer, denk u nou werkelek dat we dit voor ons plezier doen.’
‘Hé, mijn hond houdt jullie wel aan ’t werk.’ Op zijn gezicht verschijnt een geniepige lach.
De mannen schudden hun hoofden en gaan stug door met hun werk.

Poepopruimers hebben ze daarentegen in Amerika niet nodig. In de meeste Staten is de hondenbezitter verplicht de uitwerpselen van zijn geliefde beestje zelf op te ruimen. Strenge controles en hoge boetes liggen eraan ten grondslag. Zelf laat ik op een zonnige dag in een park in Hollywood het hondje van mijn buren uit. Buddy, een klein pienter beestje dat huppelend voor me uit loopt. Ik ben vergeten een poepzakje mee te nemen om daarmee zijn drolletje weg te toveren. Maar misschien hoeft hij wel niet. Maar we zijn nog maar net met onze wandeling begonnen en dan moet hij al. Hij kan het niet langer ophouden en fabriceert een mooi droog drolletje. Shit, nu heb ik geen zakje bij me, maar met een boomtakje rol ik het keurig de berm in zodat niemand erin kan stappen. Maar terwijl ik met Buddy doorloop, komt er een Parkranger in een ‘four wheel-drive’ aan gescheurd. De man moet verderop om de hoek op ons hebben staan loeren. Dat kan niet anders. Zonder pardon slingert hij me op de bon. Twee zelfs. Eén voor het in het openbaar schijten van mijn hond zonder dat ik de moeite neem het op te ruimen, en de andere voor het loslaten lopen van de viervoeter terwijl het mijn plicht is met hem aangelijnd te lopen. Honderdvijftig dollar kost me die grap. Waarschuwen doen ze daar niet. Het is direct dokken in dat door dollars overheerste land.

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, 15 mei 2015, en Oost-online.