Amerikaanse zelfcensuur

Na een verblijf van zes maanden in de Verenigde Staten kijk ik voor het eerst naar het Nederlandse achtuurjournaal. Mijn mond valt open van verbazing. Pro-Palestijnse actievoerders in Israël? Waar komen die ineens vandaan? En demonstrerende antiglobalisten? Die ben ik daar in de Amerikaanse kranten en op televisie nooit tegengekomen. Zelf deed ik eind september mee aan een vredesdemonstratie tegen de oorlog in Afghanistan. Ik schat dat er zo’n tweeduizend man aan meededen, maar ik las er de volgende dag in de Los Angeles Times, toch een serieuze krant, geen regel over. De kolommen in diezelfde krant en ook in de New York Times waren uitsluitend gevuld met pro-Amerikaanse verslaggeving over de oorlog in Afghanistan. Geen enkele keer twijfelden ze aan, of uitten ze kritiek op het bombarderen en er waren geen vermeldingen van anti-Amerikaanse betogingen elders in de wereld, noch van het aantal civiele slachtoffers dat er viel. Leuzen als: ‘Justice for the victims of september 11’, ‘our heroes are striking back’ en ‘We honor our soldiers who died for our God blessed country’ deden het erg goed. Tegenbewegingen zijn er wel degelijk, maar ze worden buiten de schijnwerpers gehouden. Buitenlands nieuws is in de Amerikaanse media mager aanwezig. Zo had de Los Angeles Times dagelijks slechts één pagina buitenland. Ander wereldnieuws was altijd in samenhang met Amerika. Op de televisie bestaat het buitenland nauwelijks – of president Bush moet er toevallig een bezoek brengen. Over de lokale zenders kan ik beter zwijgen. Het nieuws is altijd een soort show, op zijn best een soort ‘Hart van Nederland’. De Amerikaanse maatschappijcriticus Noam Chomsky spreekt in zijn ‘Propaganda Model’ over de filters die het nieuws schiften. Allereerst zijn de media in handen van een tiental multi-nationale ondernemingen die wederzijdse belangen met andere giganten, banken en de overheid hebben. Dat zorgt al voor een vertekening in de nieuwsvoorziening. Maar ook zonder die belangen vormen de mainstream media een gecontroleerd instituut. De controle is niet het gevolg van een of andere samenzwering, maar een uitvloeisel van vraag en aanbod. Nieuws is business waarmee ze adverteerders moeten aantrekken. Dit bereiken ze door meer mensen voor het nieuws te interesseren. Populaire onderwerpen spelen de hoofdrol. Het is dus belangrijk om iedereen voor de buis te krijgen: hoe hoger de kijk- en leescijfers, hoe hoger de winst. Verder moet het nieuws natuurlijk niet de adverteerders in de wielen rijden, want dat betekent financiële zelfmoord. Serieuze kritiek op activiteiten als ecologische schade, uitbuiting van Derde Wereldlanden, banden met het militair-industrieel complex blijven daardoor buiten beeld. Het marktmechanisme verbindt ook een andere belangrijke schakel die tot vertekening van het nieuws leidt: de relatie tussen de corporate-owned media en de overheid. Waarom wordt de informatie van overheden klakkeloos aangenomen als waar? Volgens Chomsky komt dit doordat het nieuws van de overheid zoals het Witte Huis en het Pentagon gratis en makkelijk te verkrijgen is. Met hun kant-en-klare nieuws dragen ze bij tot kostenbesparing bij de media. Bovendien zijn overheids- bronnen herkenbaar en boezemen vertrouwen in. De overheid maakt gebruik van dat vertrouwen en voert stelselmatig propaganda. Zo brengt het Pentagon onder het journalistieke mom televisieprogramma’s uit over militairen in oorlogsgebieden. Geromantiseerde, hollywood-achtige shots van soldaten in de frontlinie – maar het heeft niets met een echte oorlog te maken. Was het vechten tegen het rode gevaar voorheen de grootste inspanning, nu voert de overheid de ‘War on Drugs’ en de ‘War on Terrorism’ op als officiële vijanden. ‘Fighting narco-terrorists’ was voor Bush de officiële reden voor het sturen van militaire goederen naar Mexico waar ze tegen de Zapista-rebellen werden ingezet. De ware reden was het tegenhouden van destabilisatie in Mexico, want dat zou Amerikaanse investeringen schaden. De media voerden het op, zoals de overheid het wilde, als een anti-drugsactie. De Verenigde Staten waren het land van de kritische journalistiek, van Woodward en Bernstein. Maar na 11 september sluit het land zich van de wereld af in een kramp van kunstmatige angst en patriottisme.

Verschenen op de Achterpagina van NRC Handelsblad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s