M’n poes is pleite

Onalledaags
Illustratie: Judith Lammers

Illustratie: Judith Lammers

Het is aan het begin van de avond en de bel gaat. Ik open de voordeur en voor me staat een gedrongen vrouw met sluik haar. Met beide handen houdt ze een grote kooi van rood plastic vast. Haar bruine ogen kijken me vanachter een fors montuur verdwaasd aan.
Ik ken haar van gezicht, ze woont even verderop. Vaak zie ik haar in een ochtendjas en op pantoffels een kwijlende boxer uitlaten.
‘Ken ik effe in de tuin kijke, m’n poes is pleite!’ Ondertussen staat ze al met haar kooi in de hal.
‘Maar natúúrlijk mevrouw.’
Ik loop met haar door het huis naar achteren en open de tuindeuren. Het is mistig.
‘Mientje, Mientje,’ roept ze met een schelle stem. ‘Die klojo van ’n zoon heb de deur ope late staan.’ Over haar bepoederde wangen rollen tranen omlaag. Ik weet niet goed raad met deze plotselinge gemoedsverandering. De potige tante die mijn woning met kooi en al kwam binnenstormen, is ineens een hulpeloos wezentje.
Ik troost haar, vraag haar hoe Mientje eruitziet en beloof naar haar poes uit te kijken. Zwijgend loopt ze de stoep op en met haar hoofd naar voren gebogen verdwijnt ze in de dichte mist.
Dit is zíj dus, bedenk ik me, de vrouw die haar huis vol met katten heeft staan. De meeste ervan weliswaar dood. Mijn naaste buurvrouw vertelde me dit eens, zij was bij haar binnen geweest. Ze heeft al haar overleden katten laten opzetten. De beesten zitten, liggen en staan in hun meest karakteristieke houdingen verspreid door het huis. Een rooie kater ligt uitgestrekt op de divan. De zwarte kat zit voor de gashaard eeuwig naar de vlammen te staren, en de witte zit voor het raam op de vensterbank naar buiten te turen.
Als pikant detail vertelde mijn buurvrouw me dat deze vrouw een onlangs overleden kat in de diepvries had liggen op het moment dat zij er op bezoek was. De preparateur had het even te druk, had de vrouw tussen neus en lippen door tegen mijn buurvrouw verteld. En volgens mijn buurvrouw was haar huis tot aan de nok toe opgevuld met vergaarde rotzooi van de straat en van de kringloopwinkel. Het was niet mogelijk om je op een normale manier door het huis te begeven. Zo volledig dichtgetimmerd zat haar woning met allerhande huisraad en prullaria.
‘Als we ooit nog eens overlast van ongedierte krijgen, dan komt het dus bij haar vandaan,’ zei mijn roddelende buurvrouw, en haar gezicht vertrok daarbij in een grimas.

Enkele dagen later kom ik op straat de vrouw van verderop tegen, en ik vraag haar of Mientje al weer terecht is?
Ze knikt zeer tevreden met haar hoofd. ‘Ja meneer, ze zat opgeslote in ’n tuinhuisje effe verderop, en ze was helemaal zwart. Ze is normaal helemaal wit, weet u, maar ik ken d’r niet terug, zo vies was ze… Ik hed allemaal brieffies gehange met m’n witte poes pleite. Tja, niemand zag tuurlijk meer dat ze wit was. Die roetzwarte mop van me…’ Enthousiast zit ze me een heel verhaal te vertellen, ze is zo blij als een klein kind.
Ik neem afscheid van haar, en wens haar een fijne dag.
En ik ben blij dat Mientje weer terecht is. Dat Mientje zich nog frank en vrij door ’t volgepropte huis mag bewegen. Gelukkig is ze nog niet aan haar ‘opgezette leventje’ begonnen. Dat is voor haar nog even uitgesteld…

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, 30 oktober 2015
en Oost-online.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s