Nalatenschap

Ik scheur de enveloppe open, haal de brief eruit, lees en schrik. ‘U dient onze woning te ontruimen vóór…’
Wat krijgen we nóu? Mijn ogen vliegen verder over het vel papier.
‘Wij wijzen U erop dat U op een onrechtmatige wijze ons eigendom bewoont.’
Verdomme, nee, niet dít ook nog eens, verzucht ik.
‘Bij controle van onze huuradministratie is gebleken dat de hoofdhuurder niet langer de huur van de woning voldoet, maar dat dit sinds twee maanden door een andere persoon wordt voldaan.’
Wat een schoftenstreek. Ik kijk naar buiten. De regen waait in vlagen tegen de ruit.

We namen plaats in een kleine ruimte. De muren waren kaal wit. Tegenover ons zat een man. Hij droeg een zwarte hoornen bril. Een breed grijs bureaublad was als scheidslijn tussen ons opgeworpen.
‘Een mooie woning, hè, die jullie van ons toegewezen hebben gekregen,’ zei hij iets te vriendelijk.
‘Ja, prachtig.’
‘Hier is de huurovereenkomst. Bekijk ’t maar even of alles klopt.’
Hij overhandigde het aan mij. Ik schoof het naar Esther zodat we het samen konden lezen.
‘Ik ga eventjes kopiëren.’ Hij verliet het vertrek.
De huurovereenkomst bleek alleen op mijn naam te staan.
‘Alles in orde?’ vroeg hij bij het binnenkomen.
‘Nee, we hadden doorgegeven dat we het contract op beide namen wilden hebben. Dat is niet het geval.’
‘Tja, helaas is dat bij ons niet mogelijk,’ zei hij terwijl hij aan zijn rossige baard krabde, ‘het past eenvoudigweg niet in onze computer.’
‘Daar nemen we geen genoegen mee. We ondertekenen het contract alleen als het op twee namen staat. Daar hebben we recht op,’ zei ik geërgerd.
‘Rechten hebben jullie hier niet!’ Hij keek ondertussen naar Esther, lachte haar toe en richtte zich tot haar.
‘Kijk als woningbouwcorporatie sluiten wij alleen contracten af met de hoofdhuurder. Dat is nu eenmaal de regel hier en daar wíjken we niet van af. Tekent u nou maar gewoon dan krijgt u van mij de sleutel.’
‘Wij tekenen niet voordat we de ware reden van u te horen krijgen,’ zei Esther met een verbeten stem.
Hij griste het contract bij me vandaan, en zei: ‘We verhuren deze woning net zo lief aan een minder lastig stel die ’r wel blij om wezen dat ze erop mogen wonen.’ Op zijn gezicht verscheen een venijnige lach.
‘O, gaan we het zo spelen. We vragen alleen maar naar een reden, dat lijkt me toch niet al te veel gevraagd?’ zei ik.
Opnieuw gleed hij met zijn vingers door zijn baard.
‘Nou goed… eigenlijk doen we ’t niet langer…,’ zei hij stotterend, ‘want die samenwonenden gaan toch maar steeds uit elkaar… en dan moeten wíj weer voor die vertrekkende een huis regelen.’
Zijn wangen toonde een rode gloed. Esther en ik glimlachten naar elkaar.
‘Dat is banaal zeg,’ zei Esther.
‘Tja, ’t is niet anders, ’t heeft ons héél wat woningen gekost.’
‘Goed, een van ons zet z’n handtekening, maar dan wil ik wel dat het contract op de naam van mijn vriendin komt te staan,’ zei ik kordaat.
‘Dat is ongebruikelijk maar goed dat kunnen we doen. Dan moet ik een nieuw contract opmaken en dat kan niet nu.’
Het betrof alleen een wijziging van naam, maar hij had geen tijd. De dag erop moesten we maar langskomen, dan had hij het wel geregeld. Vervolgens stond hij op en verdween. Sprakeloos keken we elkaar aan.

Ruim een jaar later verdween Esther voorgoed uit mijn leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s