Tequila Sunset

Bij elke stap die Thomas zet, stuift het roodbruine stof op. De grond is in duizenden spleten gereten, als puzzelstukjes die niet goed in elkaar vastgedrukt zitten. Genadeloos brandt de zon op zijn blote hoofd. De hitte is ondraaglijk. Hij drinkt de laatste twee slokken water uit de fles. Waar blijft dat dorp toch? Boven hem maakt een arend een cirkelende beweging, op zoek naar een geschikte prooi.
Dan ziet hij in de verte enkele huisjes opdoemen. Dat moet het zijn. Bij het eerste uit zwerfkeien opgetrokken huisje lacht een vrouw met gitzwarte haren hem toe. Ze roert in een pot die op een olievat staat te sudderen.
Thomas nadert een plein waar een missiekerk aan staat, hij steekt het plein over en loopt op El Boquillas af. Boven de ingang staat BEBIDAS LICORES MEXICANOS. Met rode verf is naast de deur op de witgekalkte muur het Coca Cola-logo met de hand nageschilderd; aan de letters hangen opgedroogde druppels. Thomas schuift het vliegengordijn opzij en treedt binnen. Sigarettenrook hangt er als een laaghangende mist boven de tafeltjes en de tapkast. De mannen die aan de toog zitten, draaien hun hoofden gelijktijdig zijn richting op. Hij glimlacht en zegt ze gedag; ze vertrekken geen spier.
Hij bestelt een biertje. De barkeeper trekt de op butagas gestookte koelkast open en haalt er een flesje Cerveza XX uit. Het flesje voelt lauw aan. Hij voelt de blikken van de mannen priemen. Ik kan maar beter weggaan, denkt hij en neemt een forse slok uit het flesje. Hij kijkt naar het kleine venster; zijn beeltenis weerspiegelt in het donkere glas. Hij ziet er vermoeid uit. Dan tuurt hij naar buiten. Als een razende tol draait de storm midden op het plein rond en zuigt het zand in een streep de lucht in.
‘Hé gringo, you Americano?’ vraagt een oude man.
‘No Americano, I’m from Holland.’
‘Ah Holland, very good football, Cruijff. Yeah, very good footbalplayer… You watch out here,
sometimes danger here.’
‘Alright, I take care.’
Aan de wanden hangen reclameaffiches van Corona, Cerveza XX en een lachende ‘gringo-dame’ met een glas Tequila Sunrise losjes tussen haar vingers.
‘Lot of gringos come here to get drunk. Very cheap here, you know,’ zegt hij lachend. Moeizaam staat de man op. ‘I go home. Have a good day, and you watch out here.’
Even later treedt Thomas via de achterdeur het felle zonlicht tegemoet. Hij staat in een ommuurde patio. Links in de schaduw hangen twee vuilbruine urinoirs. Terwijl Thomas aan het pissen is, komen twee ongeschoren mannen de patio op: een dikbuikige en een kale. De kale komt naast hem staan. Ongegeneerd gluurt hij naar Thomas’ geslacht. De ander gaat achter Thomas staan. Thomas voelt zich in het nauw gedreven en wil terug naar de bar, maar de mannen blokkeren de doorgang en kijken hem vuil aan. Hij probeert langs hen heen te komen, maar ze grijpen hem stevig bij zijn armen beet. Hij probeert zich los te wringen en trapt om zich heen. Ze halen hem onderuit, drukken hem klem op de grond en rukken zijn korte broek van zijn billen. Opnieuw probeert Thomas zich los te wurmen maar het lukt hem niet. Hij schreeuwt om hulp. Daarop duwt de dikbuikige Thomas’ gezicht in het zand terwijl de ander ruw zijn lid in hem drukt.

Thomas richt zijn hoofd van de grond, wrijft met zijn hand het zand uit zijn gezicht en spuwt. Vertwijfeld kijkt hij om zich heen. Ze zijn verdwenen. Moeizaam krabbelt hij overeind. Pijn als steken van een horzel over zijn hele lijf. Hij moet hier zo snel mogelijk weg. Haastig trekt hij zijn broek aan, strompelt over de binnenplaats naar een andere deur en komt naast het café buiten op straat uit waar een jongetje op een houten stokpaardje aan hem voorbijstuift. Op de achtergrond tekent de Sierra del Carmen zich log af. Thomas probeert zich te oriënteren. Welke kant moet hij op? Voor het donker moet hij de grensrivier zijn overgestoken; hij bevindt zich hier illegaal. Snel loopt hij naar het plein. Hij herinnert het zich weer.
Buiten het dorp staat een stevige wind die het fijne schelpenzand doet opstuiven. Een oude man op een ezel komt Thomas tegemoet en groet hem. De oude, vriendelijke man boezemt hem angst in. Schril getoeter. Hij schrikt, kijkt om en springt opzij voor een vrachtwagen die een streep stof achter zich aan trekkend langsdendert.
Voor hem doemt overweldigend blauw in de diepte op. Dat moet de grensrivier zijn. Alleen staat hij hier veel te hoog. Hij loopt tot aan de rand. Betoverend blauw. Onbereikbaar. Diep onder hem ligt een fantasiewereld immens uitgestrekt op hem te wachten.
Het duizelt voor zijn ogen. Caleidoscopische figuren draaien in een hoog tempo aan hem voorbij. Springen. Nu. Is dit niet het ultieme geluk? Toverachtig mooi is het daar beneden. Hij wankelt en wil springen in dit oneindige blauw. Maar iets trekt hem de werkelijkheid in. Hij draait zich om, schudt zijn hoofd, het wazige beeld voor zijn ogen verdwijnt en verandert wederom tot trillend zand. Verward verlaat hij de onheilsplek, die onherroepelijk tot zijn vernietiging had geleid.
Na een halfuur komt Thomas bij de oversteek. De zon hangt laag en kleurt rood. Hij voelt een zware last van zijn schouders vallen, hij heeft het maar net op tijd gehaald. Hij is erg opgelucht dat hij dit onheilsoord kan verlaten.
Aan de overkant van de rivier ligt het beloofde land waar twee mannen van de US Borderpatrol de wacht houden. Ze kijken naar drie Mexicanen die met moeite een grote koelkast op een roeiboot torsen. De boot helt vervaarlijk naar bakboord over. De grenswachters schieten in de lach. Een van de Mexicaanse mannen schuift de koelkast zodanig dat de boot in evenwicht komt. Daarbovenop leggen ze twee matrassen, en dan steken ze de rivier over.
Behoedzaam stapt Thomas aan boord. De schipper vraagt een dollar voor de oversteek van de Rio Grande. Nauwgezet volgen de grenswachters het voortstuwen van het bootje. Hun handen rusten op de vuurwapens in hun zij. Opeens slaat bij Thomas de angst toe dat de grenswachters hem niet terug laten keren, of dat ze hem oppakken omdat hij illegaal is overgestoken. Verdomme hoe kan hij aantonen dat hij maar een middagje in Mexico geweest is? Hij richt zijn ogen op het modderbruine water.
Met een schok stoot de boeg tegen de oever aan. Thomas staat op, stapt uit en concentreert zich op elke stap. Enkele meters hogerop staan ze kalm op hem te wachten. Onder zijn oksels voelt hij het zweet losbreken, stroompjes gutsen langs zijn zij omlaag. Traag richt hij zijn hoofd omhoog, glimlacht en knikt vriendelijk naar de mannen.
‘Have a good one,’ zegt een van hen.

Eerder verschenen in Select gezelschap, verzamelbundel van uitgeverij Kontrast, 2009.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s