Betoverend Turkije

Helena drukt de computer aan, de ventilator snort. Engelstalige commando’s schuiven in groene letters over het scherm. Ze typt de letters w en p in en dan de entertoets. De harde schijf
ratelt en een leeg scherm doemt op. De geduldig flikkerende cursor wacht linksboven op de bevelen die ze hem moet geven, maar die komen niet. Het lukt haar niet. Ze ergert zich aan het gezoem van het apparaat. Ook het geflikker van de cursor werkt op haar zenuwen. Om het kwartier verschijnt rechtsonderin de melding: please wait, time back up!
‘Verdomme, d’r valt niks te back-uppen,’ zegt ze geërgerd tegen zichzelf. Andermaal lukt het haar niet een letter op papier te krijgen. Ze zet de computer uit zonder WordPerfect af te
sluiten.
‘Vinou,’ roept ze met schelle stem.
Vinou tilt d’r kop op, strekt haar poten en laat d’r kop weer op de rand van haar mand zakken. Nogmaals roept ze haar. Als een invalide hijst ze zich overeind en sleept zich naar de buitendeur. Helena trekt een jas aan en loopt samen met Vinou naar buiten. De straat is in miezelregen gehuld. De lichtpeertjes van de feestverlichting zwiepen in de wind en werpen een lichtschaduw op het glimmende asfalt. Het melkwitte glas van sommige lampjes is gebroken. Doelloos zwaaien ze met de brandende mee als in een carrousel op de kermis. De feestdagen zijn voorbij.
Vinou blijft even verderop in een portiek staan, ze houdt niet van regen en ook niet van lopen.
‘Vinou, kom nou toch.’
Sukkelend sjokt ze achter haar aan. Dan stopt ze, ruikt, draait zich om, ligt haar poot op alsof ze een reu is en pist tegen de uitgebeten plek op de muur. In de plassen op straat doorbreken regendruppels het spiegelbeeld van de aaneengesloten huizenrij. De vlag aan de gevel van de bakkerij hangt er als een doordrenkte vaatdoek bij. Zelfs de wind krijgt er geen beweging in. Het is koopavond. Maar er is bijna niemand op straat. De Westertoren slaat kordaat acht slagen.
Ze draait zich om naar Vinou, die even verderop als een pup met een reu aan het dollen is. Maar als Vinou ziet dat Helena kijkt, houdt ze spontaan op en waggelt als een oud omaatje op haar af.
‘Ik had je wel door, ouwe snoeperd,’ zegt ze lachend.
De volgende ochtend neemt ze plaats aan de tafel bij het raam. Voor haar ligt een schrijfblok, daarnaast een vulpen. Ze kijkt naar buiten, de regen slaat in vlagen tegen de ruit. Lijn 13 knerpt de bocht om. BETOVEREND TURKIJE staat er in grootkapitaal over de gehele lengte van de tram gedrukt.
Helena ligt opeens weer aan het strand. Genadeloos brandt de zon op haar bleke huid. De zee ruist. Onverdroten krabbelen de golven zich een weg op het droge maar elke poging mislukt: meedogenloos trekt de zee ze keer op keer terug. Naast haar ligt een rode zeester die ze zojuist heeft gevonden. Vijf verdroogde uiteinden als lobben uiteengespreid: uit het leven gegrepen door gebrek aan water.
Even later loopt ze met Murat langs de vloedlijn. Het heldere water kleurt azuurblauw. Bij elke stap zwermen zwarte visjes uiteen. Haar donkerblonde haren wapperen in de wind. Ze draagt een feloranje badpak. Murat steekt een halve koplengte boven haar uit.
Een hond rent blaffend op hen af.
‘Het is een valse,’ zegt Murat met trillende stem. Ze wijken voor hem uit en hollen de zee in. Het beest rent tot aan zijn buik in het water mee en blijft daar grimmig blaffen. Uit zijn bek hangen slierten slijm. Ze waden door de zee verder. De hond loopt langs het water met hen mee maar geeft het dan op.
Hand in hand lopen ze terug naar hun spullen; de zeester ligt er nog onaangeroerd. Ze zakken languit in het hete zand. De zon verdwijnt achter een kleine wolk. Zijn tong tast de zachte huid van haar nek af. Het proeft zout aan. Traag daalt hij af en pelt het badpak langzaam van haar borsten af. Zijn lippen omvatten haar tepel en met zijn hand masseert hij haar borst. Ze kreunt zachtjes en kijkt om zich heen. Het strand ligt er verlaten bij.
‘Murat, het kan híer niet hoor.’
‘Maar er is écht helemaal niemand,’ zegt hij stoer.
Zijn hand glijdt langs haar dijen. Ze spreidt haar benen, haar schaamlippen voelen vochtig aan. Moeiteloos schuift hij bij haar naar binnen.
Het voelt als uren wegdromen. Ze wordt wakker van een hand die haar haren streelt. Ze opent haar ogen. Hij staat op en loopt naar de zee. Het valt haar op dat zijn benen in een kleine ronding uit elkaar staan. Dat is haar niet eerder opgevallen. Hij kijkt nog even om en zwaait lachend terwijl zijn voeten het water aftasten. Ze strekt zich languit en voelt de zon op haar schouders branden.
Plots draait ze zich op haar zij en tuurt over de ruige zee. Ze schrikt. Hij is in het niets verdwenen.
BETOVEREND TURKIJE glijdt opnieuw onder haar raam voorbij. Op tafel ligt de vulpen er onaangeroerd bij. Ze kijkt naar de foto die op het dressoir staat ingelijst. Zwarte kortgeknipte haren, donkere ogen, een gebruind en behaard bovenlichaam. Stoer lachend houdt hij haar vast, daar aan het strand aan de Egeïsche kust. Een druppel valt op het onbeschreven vel papier.
Vinou ligt in d’r mand, haar kop over de rand, haar ogen vanonder haar kuif gericht op Helena.

Eerder verschenen in Select gezelschap, verzamelbundel van uitgeverij Kontrast, 2009.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s