De wormeneter

Zijn maag rommelde aan een stuk door. Er was geen houden aan. Zo’n barre winter had hij in lange tijd niet meegemaakt. Dat krantenpapier had niets uitgehaald. Daar kreeg je de honger niet mee gestild. Zelfs de varkens in de bio-industrie hadden het beter: die hadden ten minste vreten en een dak boven hun hoofd. Hij moest voor de komende nacht een slaapplek zien te regelen. Als hij zo naar de wolkeloze lucht keek dan zou het vannacht wel eens flink koud kunnen worden, wellicht zelfs een graad of tien onder nul. Hij zou zijn vriend van vroeger kunnen opzoeken. Die woonde hier in de buurt.
De straat waar hij zijn jeugd sleet, was niet veranderd. De huizen stonden nog steeds in een rij. Toch liep hij er anders doorheen. Op nummer 24 stond naast de voordeur de naam van zijn vriend in vergulde letters, en voor zijn huis een gloednieuwe Mercedes. Die heeft stukken beter geboerd, dacht hij.
Stiekem tuurde hij door het raam naar binnen. Daar zag hij zijn vriend die nu een baard had, samen met een vrouw en twee kinderen hutspot met vette jus en braad-
worsten eten. Hij keek er verlekkerd naar, en zijn maag begon zich nog meer te roeren. Hoelang had hij al geen hutspot meer gegeten of een andere goed gevulde maaltijd? Hij kon het zich niet herinneren.
Hij belde aan. Zijn vriend die altijd al een kop groter was, deed open.
‘Goedenavond, meneer.’ Het gezicht van zijn vriend keek hem zonder sporen van herkenning aan.
Hij keek naar zijn vriend op en zei: ‘Jacob mijn oude vriend, ken je me niet meer? Het is lang geleden, dat is waar.’
‘Ik ken u niet.’
Hij dacht: dat is raar. Hij herkent me niet. Terwijl ik toch jaren zijn vriend was.
Zijn vriend die dus blijkbaar geen vriend meer was, wilde de deur voor hem dichtgooien.
Hij zette een voet tussen de deur en zei: ‘Ik at altijd regenwormen, weet je nog?’
Hij moest telkens regenwormen van hem eten want de proteïnen moesten hem laten groeien. Dat had dus niet geholpen. Hij reikte nog steeds tot aan zijn schouders.
Hij walgde van regenwormen, maar als hij de kinderen van zijn vriend daarmee een plezier kon doen en er een warm onderkomen voor de nacht mee kon regelen, dan zou hij de regenwormen daarvoor op de koop toenemen. En wellicht zou er nog wat hutspot in de pan achterblijven?
‘Ik geloof dat u gek bent. Ze moeten u opsluiten.’ Met een smak viel de deur in het slot. Daar stond hij zonder iets te eten. Alleen nog wat krantensnippers in zijn broek-
zakken. Hij stopte een snipper in zijn mond, kauwde erop en slikte het moeizaam door. Niemand scheen genegen te zijn hem van fatsoenlijk voedsel te voorzien. Hij liep het pad af en dook de vrieskoude avond in.

Als schrijfopdracht ooit eens geschreven met als opdracht een Jan Arends-stijlimitatie…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s