Hindevoetjes

Onalledaags

10502134_580222778778102_1709814642856317706_n

Gehuld in een miezelregen slenter ik door de winkelstraat. Het is al donker, en er zijn maar weinig mensen op straat in dit grauwe, grijze weer. De lichtpeertjes van de feestverlichting zwiepen in de wind en werpen een lichtschaduw op het glimmende asfalt. Het melkwitte glas van enkele lampjes is gebroken. Doelloos zwaaien ze met de brandende mee als in een carrousel op de kermis. De feestdagen staan voor de deur. In de verte hoor ik een kerkklok die kordaat vijf slagen slaat.
‘Danger de mort’ staat er in kapitaal op een emaillen bord in de etalage van nummer 13. Een in pasteltinten gevat miniatuur draaiorgel en een schilderij trekken de aan-
dacht. Een mollige vrouw op het schilderij, met blozende wangen, slaat verrukt haar spelende kroost gade: het jongetje in matrozenpak, het meisje in een honingzoet jurkje.
Boven de winkel die zich op antiek heeft toegelegd, kijkt een kalende man op me neer. Hij neemt een slok rode wijn en tuurt opnieuw. We tasten elkaars blikken af. Wie houdt dit het langste vol? Hij haakt af, en ik loop door.
Even verderop stap ik een winkel binnen. Een belletje boven de deurpost klingelt in mijn oren. Aan de wand hangen houten schilden en speren, en op de grond staan enkele trommels in diverse maten willekeurig gegroepeerd. Vanachter een gordijn komt een lange, iele man in een kleurrijk Afrikaans gewaad tevoorschijn. Hij glimlacht me vriendelijk toe en vraagt of hij iets voor me kan betekenen?
‘Ik kijk even rond.’ En dan valt mijn oog op een paar schoenen in een rek: ruw leder, lichtbruin, prachtig van vorm.
‘Gemaakt met handjes. Mooi hè?’
‘Prachtig.’ Mijn vingers betasten het leer. Ondanks de ruwheid van het leer voelt het toch heel zacht aan.
‘Uit Tanzania. Doe ze maar aan.’
Ik neem plaats op een kruk die met een koeienhuid is bekleed en trek mijn lompe wandelschoenen uit.
De verkoper lacht en heeft zijn ogen strak op mijn voeten gericht, als een tijger die de juiste timing afwacht om zijn prooi te bespringen.
‘Kleine voetjes komen uit groot schoen,’ merkt hij verbaasd op. Hij schiet in de lach.
Ik moet toegeven dat ik voor mijn lengte een wat klein uitgevallen voetmaat heb maar dat dit nu zo humoristisch is, is me in de reactie van anderen nooit eerder opgevallen.
‘M’n opa had nooit schoen. Liep op blote voet. Kilometers op dag, als hinde. Had ook kleine voetjes. Daar moet ik aan denken. Aan opa in Mali.’ Gebiologeerd houdt hij mijn voeten in zijn vizier.
Ik ben bang mijn voeten aan hem kwijt te raken en stop ze snel in het handgemaakte schoeisel.
‘Mijn opa leek beetje op jou, lang, met kleine voetjes. Wel helemaal zwart.’ En weer verschijnt er een stralende lach.
Ik lach maar wat met hem mee en zeg: ‘nou misschien zou ik daar wel willen wonen, lekker warm klimaat, geen stress, back to basics.’
Hij schudt zijn hoofd. ‘Lijkt daar mooi, maar heel benauwd, met familie en zo. Ben daar weg. Het is écht armoe. Geef mij maar regen.’ Hij kijkt lachend naar de donkere winkelruit waar regendruppels zich in stroompjes verzamelen en naar onderen roetsjen.
‘Ik neem ze.’
‘Goed idee, stop mooie hindevoetjes maar in die mooie schoenetjes, heb je beter leven als opa.’
Ik trek de deur achter me dicht. Hij zwaait me lachend na. In vlagen slaan regendrup-
pels me in het gezicht. Ik duw mijn kraag omhoog en rits mijn jas dicht. Dan toch maar het kille, vochtige Nederland. En die ruw lederen schoenen moeten nog maar even in de kast blijven tot beter weer in aantocht is…

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, nummer 176, 19 december 2014
en Oost-online.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s