Conflicten

Ik kom het stationsgebouw uit. Het miezelt. Torenhoge glazen gebouwen. Rechts van het station, bij het derde kantoor, moet ik zijn. Een tram snerpt de bocht om. Ik loop langs de weg. Nergens een trottoir. Een lesauto stopt. Ik steek over. Bij de goudkleurige glaswand ga ik via de draaideur naar binnen. De portier verwijst me naar de vierde verdieping.
In de wachtkamer neem ik plaats. Een half uur te vroeg. Op de vloer ligt blauwgrijze vloerbedekking. Naast me op het witte tafeltje liggen overwegend vrouwenbladen. Een oudere man komt naast me zitten. Hij hoest aanhoudend. Een vrouw met melkwit haar bladert in een Viva. Ze kijkt op en glimlacht naar me. Ik beantwoord haar lach. Ik schat haar eind dertig.
‘Mevrouw Vermeulen,’ roept een man nors. Hij draagt een wit overhemd met blauwe strepen, een stropdas en een spijkerbroek. De vrouw legt de Viva op het tafeltje, knipoogt naar me en loopt door een lange gang achter hem aan. Met moeite houdt ze hem bij. De man kijkt niet naar haar om. Aan het einde van de gang verdwijnen ze door een deur. Laat dit in godsnaam niet míjn arts zijn.
Twee vrouwen zijn erbij komen zitten. Het valt me op dat er meer vrouwen dan mannen in de wachtkamer zitten.
Een andere arts haalt iemand op. Ze geven elkaar een hand en lopen pratend door de lange gang.
‘Mevrouw Wessels,’ roept hij opnieuw nors. Ik sta op en volg hem. Ook ik houd hem met moeite bij. In de spreekkamer neemt hij plaats achter het beukenhouten bureau en drukt enkele toetsen in. Onzeker kijk ik om me heen en hang mijn jas aan de kapstok. Hij tuurt op het beeldscherm. Ik ga zitten en gluur mee op het scherm. Alleen mijn naam en adres staan vermeld. Niet mijn werkgever en niet mijn functie. Hij slaat zijn armen over elkaar, zakt nonchalant achterover en wacht af. Mijn lichaam gloeit op. Als zwaar tromgeroffel dreunen de hartslagen door in mijn hoofd.
‘Het gaat om ’n arbeidsconflict,’ pers ik eruit.
Mijn accent speelt op.
‘Wat zegt u?’
‘Eh, ’n… arbeidsconflict.’
‘Ja, maar wat zei u nog meer.’
‘Níets.’
Dit gesprek begint hopeloos. Ik voel er weinig voor met hem mijn problemen te bespreken.
‘Kent u het bedrijf waar ik werk?’
‘Nee, ik ben een vervanger,’ zegt hij korzelig.
‘Nou, dan heeft het voor u, en voor mij weinig zin om het conflict uit te leggen. Het kost een hoop tijd en we schieten er allebei niets mee op…’
Zijn gezicht vertrekt geen spier.
Wat doe ik hier eigenlijk. Ik praat tegen een betonnen muur.
‘Ik kom wel terug als míjn bedrijfsarts er weer is,’ zeg ik terwijl ik mijn jas van de haak neem. Ik grijp de klink vast en trek de deur open.
‘Het lijkt wel of u een conflict met míj heeft,’ roept hij me spottend na. Ik smijt de deur achter me dicht en loop snel de lange gang door naar buiten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s