Een mogelijke bekeerling

Onalledaags

Mogelijke bekeerling
Het gras van het grote veld van het Oosterpark kleurt felgroen op door de weerkaatsing van de zon op deze prachtige voorjaarsdag. Het park heeft een ingrijpende renovatie achter de rug, en de grasmat is nog steeds herstellende. De waterplassen van de hevige regenbuien zijn weer verdwenen. De lucht is strakblauw, en vormt met het felle groen een magnifiek contrast.
Het valt me op dat er vanochtend veel meer mensen in het park zijn. Ook meer bazen die hun hond uitlaten alsof de honden bij slecht weer niet uitgelaten hoeven te worden.
Ik neem plaats op een bankje en geniet van de verkwikkende warmte. Op het andere bankje naast me duikelt een jonge man plotsklap voorover. Naast hem staat een nagenoeg lege fles whisky. Dat vormt voldoende bewijs voor me om niet in te grijpen. Roos kijkt verbaasd naar de wijd uitgespreide, lange jas maar ze slaat niet aan. Pas wanneer de dronkaard op handen-en-voeten naar zijn plek terug strompelt, komt ze in actie en wanneer de man een riedeltje terug blaft dan is voor haar de maat vol. Haar hoge blaf weergalmt door het Oosterpark. Na een hoop gestuntel en geklauter zit de man weer rechtop, en is het voor Roos weer in de haak.
‘Ik kan niet meer weg,’ rochelt hij mijn kant op.
‘Nou dan zou ik dat laatste restje maar mooi laten staan.’
Met een glazige blik kijkt hij me aan en knikt instemmend.
‘Blijf maar even rustig zitten.’
‘Ja meneer,’ mompelt hij gedwee.
Geen reguliere drinker. Een onaangenaam bericht heeft hem vast verrast en dat heeft hij flink willen weg zuipen op deze prachtige, zonnige voorjaarsochtend.
Even later staat er een vrouw voor me. Mantelpakje, permanentje, nep parelkettinkje. In haar hand een foldertje dat ze me voorhoudt: JEZUS LEEFT EN KAN U REDDEN, staat er in rood gedrukt.
‘Vandaag niet mevrouw, het is me te mooi weer!’
‘Dankzij Jezus kunt u van de zon genieten meneer.’
Ik moet toegeven dat ze zeer gevat antwoord geeft. Toch schud ik mijn hoofd. Dan loopt ze door. Geen ellenlange dialogen deze keer: dit is een doorgewinterd exemplaar.
Mijn buurman is de volgende klant. De dronkaard krijgt de folder voorgeschoteld.
‘Kan ik uw arm lenen?’ vraagt hij plompverloren.
Niet-begrijpend kijkt ze hem aan en buigt zich naar hem toe. Opnieuw vraagt hij om haar arm.
Ze steekt haar rechterarm uit en hij hijst zich moeizaam aan haar op. Ze moet zich flink schrap zetten om niet uit balans te raken, maar het lukt haar. Met beide handen ondersteunt ze hem. De folder dwarrelt naar de grond. Traag schuifelen ze voort, maar bij het volgende bankje ploft hij als een te zwaar geworden last neer. Zij vleit zich barmhartig naast hem. De dame komt haar gelofte strikt na; zij deelt niet alleen domweg folders uit. In deze man heeft ze het ultieme slachtoffer gevonden.
Een vijftal minuten later sjokken ze door naar een volgende bank. Het bekeren gaat hier in fasen.

Verschenen in ‘Dwars door de Buurt’, nummer 186, 20 mei 2016,
en Oost-online.
Eerder verschenen in Trouw en Metro.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s