Toren van Babel

Onalledaags

De gehuurde herenfiets trapt voor geen meter. Op Hailuoto, het kleine Finse eiland, waar ik een weekje op vakantie ben, had ik geen andere keus, en daarbij was de huurprijs spotgoedkoop. Maar nadat nu ook de ketting er geregeld afvliegt, is voor mij de maat vol: ik wil nou écht een andere fiets.
De koffiekantine, annex fietsenverhuur, is echter gesloten. Wel staat er een bord buiten waarop met krijt geschreven ‘kahvi kanssa leivonnaiset’ staat. ‘Kahvi’ kan ik nog ontcijferen omdat het bord bij een koffiehuis staat, maar die andere twee woorden zijn voor mij onherleidbaar. Later zoek ik die op en het blijkt ‘met gebak’ te betekenen.
In de directe omgeving van de koffiekantine is er niemand te bekennen, maar even verderop bij het haventje zie ik een man met een rosbruine baard staan, in zijn mondhoek hangt een pijp. Zijn overgebleven haren op zijn nagenoeg kale hoofd zitten steil naar achteren gekamd. Hij kijkt naar de vissers die hun vangst aan het lossen zijn. Ik loop met mijn fiets op hem af, richt me in het Engels tot hem en vraag hem of hij weet waar de eigenaar van de koffiekantine woont?
Er rollen voor mij volslagen onbekende klanken uit zijn mond. Gelardeerd met vele klinkers. Ik kan er werkelijk niets van brouwen. Na zijn stortvloed lacht hij me vriendelijk toe. Ik beantwoord zijn lach en probeer het met andere woorden opnieuw. Halverwege schakel ik over op het Nederlands. Wat maakt het uit, hij verstaat toch geen Engels.
Nogmaals stort hij een woordenbrij over me uit. We komen geen stap nader tot elkaar. Nu laat ik mijn fiets zijn zegje doen. De bel knarst. Ik til het achterwiel van de grond en duw met mijn voet de trapper aan. De ketting knierpt en dondert er voor de zoveelste keer vanaf.
Hij wenkt me met zijn arm. Eindelijk zit er schot in onze conversatie: hij begrijpt, geloof ik, de taal van mijn fiets. Wat fietsen onderling toch niet voor elkaar kunnen krijgen: er gaat een wereld voor me open. Langs de houten huisjes die alle een andere kleur hebben, lopen we de heuvel op. Daar staat een fiets, goed ingevet, te blinken. Een lederen zadel, geen krasje of spatje roest te bekennen: een toonbeeld van degelijkheid. Groter kan het verschil met mijn fiets niet zijn.
‘Prachtige fiets,’ zeg ik.
Trots kijkt hij me aan. Ook hij tilt zijn achterwiel iets op en trapt hem aan. De ketting loopt geluidloos en blijft keurig op de tandwielen ronddraaien. Het suizen van het wiel, zonder enig bijgeluid, is een waar genoegen voor mijn oren.
Ik gniffel om onze wederzijdse overwinning op de taal. We begrijpen dat de fiets het gespreksonderwerp is, maar daar houdt elke andere vorm van communicatie op. Vandaag laat ik de fiets voor wat hij is. Ik zet hem tegen de houten zijwand van de koffiekantine, een standaard zit er ook al niet meer aan.
Leve de toren van Babel, leve de Europese eenwording! Alleen met mijn euro’s kom ik hier moeiteloos vooruit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.